Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 55
LIU
«onzent tot de, ook historisch zonderlinge opvatting geleid, dat het landsheerlijk gezag vrije gilt der Staten was. In dezen Calvinistischen Staat is toen de Gereformeerde Kerk Staatskerk geworden. De tijden eischten het. „Daar de begrippen van tijd een Staatskerk vorderden, kon geen andere dan de Gereformeerde de kerk wezen van den Nederlandschen Staat, dien de •Calvinisten hebben gesticht", — zegt de schrijver der „Tienjaren". Naast het Calvinistisch beginsel dat, zich hier eens vastgezet, al dieper wortelen schoot, bleef echter ook het Roomsche voortbestaan. Numeriek waren de Roonischen aanvankelijk zelfs de groote meerderheid. Nog in 1589 zijn de Gereformeerden niet meer dan een tiende deel der bevolking van Nederland. Doch' van gelijk recht met •de Gereformeerden op vrije uiting in spreken en handelen is voor de Roomschen onder de republiek geen sprake geweest. Zij hebben daaronder geleden, doch oneindig minder geleden dan de Calvinisten; die in uitsluitend Eoorasche landen hüa staatsrechtelijke positie innamen. Het beginsel van de Grondwet van de Republiek, van de Unie van Utrecht: „Geenerlei geloofsonderzoek of gewetensdwang" was een schrede voorwaarts, waarvoor, inzonderheid de Roomschen, in de gegeven omstandigheden, reden hadden dankbaar te zijn, „Alles te zamen genomen was het lot der Roomschen hier te lande, hoe hard het zijn mocht, toch dragelijk." 1) Kan men, waar de Gereformeerde Kerk in deze periode Staatskerk was, en de Roomschen slechts geduld werden, ook spreken van een alleenheerschappij van het Calvinistische denkbeginsel in het Volksbestaan? Op grond der historie moet, naar ik meen, deze vraag "ontkennend beantwoord. De volle ontplooiing van het Calvinistisch beginsel is hier tegengehouden, en wel door datzelfde humanisme waarvan ik reeds sprak. Uit dit humanisme zijn de Libertijnen geboren, en Calvinist of Libertijn is de groote tegenstelling die de innerlijke historie van ons Yolksbestaan als Republiek der geünieerde provinciën teekent. In een groot deel der republikeinsche aristocratie — eene waarboven de monarchale, die haar stamboom tot ver in de middeleeuwen opvoert, zich, wat geboorte betreft, terecht verre verheft — van regenten en intellectueelen schoot de humanistische idee hare wortelen en maakte haar vijandig tegenover het Calvinisme, En deze libertijnsche aristocraten i;ijn het die het Calvinistisch beginsel, vastgezet en vastgegroeid in ons Volksbestaan, in zijn ontwikkeling hebben gestuit. Gestuit én als politiek beginsel, én als kerkelijk én als wetenschappelijk beginsel. In het „Staten zijn Staken" •dor Calvinistische democratie zat een groot deel waarheid. Neen, de -dagen der oude republiek met de volkskerk incluis, zijn waarlijk voor de Calvinisten van dezen tijd het verloren Paradijs waarheen met smachtend verlangen terug wordt gezien niet. Maar, mijn historische toelichting mag niet te breed uitdijen, en J) l'rnin a. w. p. 253,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's