Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 32

3 minuten leestijd

XXX

den gebede, tot Hij uit zijnen hemel ons hoore. En waren de kastijdingen verdiend, dan heeft deze bede te beginnen en te eindigen met de vraag om verzoening der zonden. Dat mag afgebeden, omdat het overblijfsel, wedergekeerd met boete en berouw, zich beroept op een God des heils, die telkenmale in de historie zijns volks betoonde, dat ais het tot Hem wederkeerde, het weer deelen mocht in zijn schuldvergevende liefde. Als zóó gepleit wordt bij God, dan is er verwachting der verhooring, omdat het in den strijd gaat om de eere van Gods naam. Het kan toch des Heeren bedoeling niet zijn, dat de wereld blijvend zou triomfeeren. De eere van zijn naam was in het geding. Daarom vraagt de dichter: Doe dat alles om uws Naams wil. God wordtin zijne genade, vrijmacht, trouw en alvermogen verheerlijkt als Hij de zonden zijns volks verzoent, de vijanden vernedert, zijne gunstgenooten uitredt. Dan wordt Satan beschaamd, die op Jozua's onreine kleederen wijst, de Tobiassen en Sanballats in hun verwachting teleurgesteld, want des Heeren tempel wordt gebouwd, en zijn volk juicht: „Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel zijner erfenis voorbijgaat?" Het gaat immers ook nu in onze worsteling om de eere van God! Zelfs in de kleinheid der Vrije Universiteit, die haar de bittere klacht slaken doet: „Wij zijn zeer dun geworden," veroorzaakt door bet feit dat zij niet plooien kon, waar zij meende dat het gold de eere van haren God. Had zij kunnen plooien met haar beginsel en tegemoet komen aan hen, die wel het algemeen Christelijke willen aanvaarden als grondslag, maar gekant zijn tegen een Calvinistische Universiteit; of bet souverein gezag van Gods Woord ook in zake de wetenschap willen inruilen voor het religieus gemeenschapsleven als uitgangspunt van kennis; of ook maar kunnen toegeven dat het eens beleden beginsel nu juist niet in alle wetenschappen heeft door te werken — haar tresoren waren gevuld, hare katheders meer bezet, over hare kleinheid zou zij niet zoozeer hebben te klagen. Maar hebben wij dan nu niet een vaster pleitgrond in het: „Heere, ter oorzake van uwen JSTaam" ? En God zal hooren naar dat gebed. Zijne eere is het doel van zijn raad, van het zenden van zijnen Zoon, in wien Hij alle dingen bijeenvergaderen wil. Dat Evangelie van den Christus gaat tot heel het leven, zelfs tot de zuchtende schepping uit! De eere Gods zal openbaar worden, spijt verzet van Satan en wereld. Daarom hebben wij recht van pleiten ook voor onze Vrije Universiteit, omdat haar strijden en worstelen is een strijden voor Gods eere! Zoo hebben wij goeden moed en houden, gesterkt in den gebede, vol in den strijd. Het wondere schouwspel worde der wereld geboden, dat het Calvinistische volk, dat niets van zichzelf vermag en zulks gaarne belijdt, juist het sterkste is in den strijd en het niet opgeeft^ al zijn de vijanden ook nog zooveel. Den Pelagiaan ontzinkt de moed, als teleurstellingen hem treffen; geen wonder! hij begon in eigen kracht en heeft geen steun dan het vleesch. Wij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Jaarboeken | 215 Pagina's

Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Jaarboeken | 215 Pagina's