Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 47
xt¥ ïseen, wij moeten handelen in overeenstemming met den toestand en den aard van ons Universitair bestaan. Zes jaar voortgezette studie na den vijf-en-twintigjarigen leeftijd is het wat onze studenten van hoogen aanleg noodig hebben. Nu worstelen ze echter met gebrek aan middelen en zoeken daarom zoo spoedig mogelijk naar een betrekking. Dat financieel bezwaar nu dient weggenomen. "Wie wil, moet in staat gesteld om voort te studeeren, zelfstandig en vrij, en met het oog op het produceeren van wetenschappelijken arbeid. Evenwel, daarbij mogen geen bepaalde eischen gesteld of stipulation gedaan' worden. Men ga niet verder dan het stichten van vier of vijf fondsen, om even zooveel jongen mannen gelegenheid te geven hun studietijd met vijf a zes jaar te verlengen. Aan wie de besten werden geoordeeld, kon het jaargeld dan worden uitgekeerd. Maar nimmer benoeme men een van die onmiddellijk tot hoogleeraar! Ook zij moeten eerst in de praetijk, opdat we zoo al vast komen tot een kring van zeg twintig mannen van wetenschappelijke vorming, die ieder op eigen terrein, in boek of tijdschrift, ons met de vruchten van hun arbeid zouden verrijken. Uit dien kring, die groep, kon dan later, bij eventueele vacature, de beste uitgezocht voor het bezetten van den katheder. Dat is het resultaat, dat we dienen te bereiken; en nu moge men toch ernstig omzien naar de daartoe strekkende middelen. Dit korte woord gaf hij ten beste, niet om maar wat te zeggen, maar om een zeer ernstige quaestie onder de aandacht der Universiteitsvrienden te brengen. Ook roet zijn collega's heeft spreker meermalen over deze zaak gehandeld, wijl ze inderdaad van zoo hoog belang is voor onze Hoogeschool. Aan Leiden hebben we gezien, hoe inzinking op groeten bloei kan volgen. Een kwart eeuw ruim geleden, toen hij zelf er studeerde, stond de Leidsche universiteit in het zenith van haar luister; maar de groote koppen zijn weggemaaid, en er waren geen mannen van gelijke kracht om hen te vervangen. Toen kwam er inzinking. En dat voorbeeld voor oogen houdend, moeten wij ook aan onze Universiteit bedacht wezen op afwending van zoodanig gevaar. Spreker hoopt dan ook vurig dat hij en zijn oudere ambtgenooten eens hun hoofd zullen kunnen neerleggen zonder angstige zorg voor de toekomst der Vnje Universiteit. Zulks af te bidden, is het voorwerp van zijn Orate; maar zullen wij verantwoord zijn, dan mag onzerzijds niets verzuimd om ook het Vigilate tot zijn recht te brengen. Het was bijna half twee geworden toen Prof. Kuyper zijn „kort woord ter inleiding" gesproken had. Niemand had ook thans iets te vragen of te zeggen. En zoo verzocht dan Prof. Bavinck aan den heer Ds. Hessels, om de jaarvergadering met dankgebed te sluiten, nadat hij nog had 'meegedeeld, dat directeuren zouden beslissen over de plaats van samenkomst, D. V., in het volgend jaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's