Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 45
XLIII
Gods vrijmacht erkennen we volmondig; en dat we een man als Prof. Woltjer, het hoogste dat we erlangen konden, voor onze literarische faculteit hebben, is bewijs, dat de Heere ons ongedachte verrassingen kan en wil bereiden. Yóór Prof. Woltjer tot onze Universiteit in relatie kwam, was zelfs zijn naam hem, spreker, nooit ter oore gekomen! Maar zóó iets is thans haast niet meer mogelijk. Zulke schuilende mannen, met vaste beginselen en diepe overtuiging, kunnen er bijna niet meer zijn, nu de Universiteit al zoo lang bestaat. Anders had hun sympathie zich al wel geopenbaard door studie of aansluiten of andere wijze. God kan zeer zeker ook een openbaar hoogleeraar in het hart grgpen. Als er maar gebed is, mogen we van onzen God veel, ja, alles, verwachten in het geloof. Edoch, schoon zoo iets mogelijk is, mag het voor ons geen regel van gedrag, geen regel des levens worden. Die fout is door Da Costa in zijn eerste periode begaan, toen hij zijn „Bezwaren tegen den geest der Eeuw" zoo moedig kenbaar maakte. Christenen, zoo was toen zijn redeneering, mogen niet zelf de hand aan het werk slaan; God zal alles doen op het gebed. Van boven af zou God beginnen, de vorsten en de ministers in 't hart grijpende, om zoo heel het volk tot de oude paden te doen wederkeeren. Maar dit standpunt was het juiste niet, al kunnen we het begrijpen, dat Da Costa die overtuiging aanvankelijk was toegedaan. Immers was ze een gevolg van het optreden van Biiderdijks machtige persoonlijkheid. Later echter hebben Da Costa en het Christenvolk ingezien, dat dit is een argumenteeren uit Gods verborgen raad, en niet een handelen naar zijn geopenbaarden wil. Vigilate — dat beseffe men ook nu — is noodzakelijk. Het „weest niet bezorgd" van onzen Heiland is hier niet toepasselijk; evenmin als de landman er zich op kan beroepen, die tegen zijn buurman zeggen zou: Zaai niet; of de bakker die geen brood zou bakken, des nachts, om 's morgens zijn winkel gevuld te hebben. Neen, zoo iets heeft Jezus stellig niet bedoeld. Dan zegt men ook wel; Wij kunnen immers toch geen hoogleeraren maken; waarom ons dan met hun vorming beziggehouden? Zelf kunnen we toch geen eigen kweekerij voor hen gaan opzetten ? Ook daar schuilt waarheid in; en wie zoo spreekt, heeft zelfs het getuigenis van het verleden aan zijn zijde. Doch vroeger had men geld in overvloed, en wie knap waren, werden van heinde en ver gehaald naar de hoogescholen, wier luister zij verhoogen konden. Het veld was heel de beschaafde wereld. Bovendien, Latijn was de taal waarin men algemeen doceerde, en zoo kwam men overal klaar. Nu is dat niet meer het geval, en zoo wordt de keus beperkt. Maar wat alles afdoet: vroeger had men niet anders dan Christelijke Universiteiten van allerlei schakeering j geen neutrale, zonder eenig confessioneel beginsel. Thans is het haast overal anders. Dies konden onze vaderen bij de vervulling eener vacature over een zeer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's