Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 36
xxxlv de ware Gatholiciteit. Calvijn kan men vergelijken bij Abraham: hij is als deze geworden een vader van vele volken. Bij hem was geen enkel terrein des levens van de herschepping uitgesloten. Het Evangelie is er ook voor de wetenschappen: volken, landen, kerk, staat, zede en kunst zijn door Calvijn herboren. Zijn zaad is geworden als het zand der zee en als de sterren des hemels. In één enkel opzicht was er echter bij Calvijn nog een conservatieve trek. De wacht bij het beginsel werd aan de Overheid opgedragen. Evenals het Christendom der vierde eeuw den steun van den Staat ontving, zoo ook ging het Calvinisme van twaalf eeuwen later, nog niet geheel van den valschen zuurdeesem uitgezuiverd, Staatshulp gebruiken. Ondiep was, in zekeren zin, de kerstening der cultuur geweest; en toen kwam de inzinking. Maar later was het weer de groote Revolutie, die de geesten wakker schudde. Een reformatorisch tgdperk volgde, in welks midden we thans leven. Zeker, het is de zaak der Christelijke religie, ketterij en afgoderij te bestrijden, maar dan niet met geweld. We moeten tegenover de ongeloovige wetenschap een geloovige plaatsen, een geloovig wetenschappelijk stelsel, dat belichaamd is in eene universiteit. De wetenschap toch neemt een eerste plaats in en heeft er recht op, dat ze van de dwaling der eeuw bevrijd en haar het Evangelie verkondigd worde. De ongeloovige scholen hebben ons onze zonen ontroofd en hen bij onze tegenstanders gebracht. Alleen een Christelijke wetenschap kan ons helpen; een reformatorisch leger is er, maar dat leger heeft oificieren noodig. Eén Universiteit is meer waard dan een georganiseerd Leger des Heils. Evangelisatie is goed. Zending ook, maar hoog daarboven staat de macht eener Vrije Universiteit. Heeft de Evangelisatie haar duizenden verslagen, zij haar tienduizenden. Dat nu zien onze tegenstanders zeer goed in; en vandaar bij velen de vrees voor zulk een Universiteit. Ze rust op beginselen, allesdoordringende beginselen, en voor die beginselen is de vijand banger dan voor feiten, en die zijn vaak reeds zoo brutaal. Men denkt dat we onze tegenstanders zullen verdrukken; dat we weer de Kerk over den Staat zullen doen heerschen. Doch wij versmaden de wapenen van den ouden mensch, vroeger gehanteerd. De Heiland leerde ons anders. Christelijk is het, ook over den vijand de zonne der vrijheid te laten schijnen en slechts met geestelijke wapenen den strijd te voeren. Die Christus niet kennen, meenen dat Hij is een despoot, een dwingeland. En toch. Hg is een Koning, een zachtmoedig Vorst, rijdende op het veulen eener ezelin, die een gewillig volk zich verkiest. Hij komt tot de wetenschap niet anders dan als Profeet, Priester en Koning, om haar te behouden en zalig te maken. Zijn geboden zijn ook voor haar niet zwaar. Eerst als de Zoon haar vrjjgemaakt zal hebben, zal ze waarlijk vrij zijn; en wie de Christelijke wetenschap beoefent, zegt van haar: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's