Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 46
XLIV
uitgestrekt terrein hun onderzoek uitstrekken; maar vrij in onze dagen zien ons gebied zoo eng beperkt, omdat onze beginselen door zoo klein getal beleden worden. In heel Nederland zouden alleen met een sterk vergrootglas misschien zeer enkele mannen te ontdekken zijn, die sommige katheders aan de Vrije Universiteit bezetten konden. Daarom geen vergelijking met de toestanden zooals die bij onze vaderen bestonden. Waarom nu zijn er op heden zoo weinig mannen te vinden voor de bezetting der katheders aan onze hoogeschool? Het antwoord is eenvoudig: Men wil dat voortaan een nieuwbenoemde reeds een wetenschappelijke positie zal innemen vóór hij aan de Universiteit komt; in tegenstelling dus met de tegenwoordige hoogleeraren, die juist als professoren zich eerst zoodanige positie moesten verwerven. Maar is nu van de leerlingen der Yrije Universiteit, die in de practijk gingen, te vergen, dat ze zulk een wetenschappelijken arbeid zullen leveren ? Dat is haast onmogelijk! Er wordt, als ze wat beteekenen, van allen kant zoozeer beslag op hen gelegd voor de practijk, dat ze daarmee alleen reeds allen tijd, dien ze boven hun ambtelijk werk nog overig hebben, zien weggaan. En ook moet men niet vergeten, dat het op zichzelf al inspanning vordert, om in een ambtelijke positie op de hoogte der wetenschap te blijven. De arbeid van een predikant is thans minstens de helft meer da^n een eeuw geleden. Ook uit dat oogpunt bezien, is de meening niet verdedigbaar van hen die zeggen: De mannen zullen wel opdagen als de vacaturen er zijn. Aldus toch zou een te benoemen hoogleeraar uit onzen kring een gaping in. zi.jn studiën van licht tien a vijftien jaar hebben, en dan is hij veertig a vijftig jaar en moet opnieuw beginnen. Neen, stilzitten zou later zeker reden tot beklagen geven. Spreker althans durft daarvan de verantwoordelijkheid niet aan, en hij waarschuwt daarom tegen een op zien komen spelen. Blijft dan echter de vraag, hoe we aan professoren zullen komen. Kan men ze kweeken, en welke middelen dienen we daarbij aan te wenden? In Duitschland volgde men sinds lang den weg om hen eerst als privaat-docent op te laten treden, voor eigen rekening; en naar dat stelsel handelt men nu ook elders. Zoo iets gaat echter alleen bij zeer groeten toeloop van duizenden studenten, doch bij ons zou het ongerijmd 7,ijn. Alleen mannen van stand, van talenten zeker ook, maar vooral van rijke bestaansmiddelen, zouden zich tot zoo iets kunnen leenen. Ook heeft men in Engeland het stelsel van de fellows, die, in groote tehuizen samenwonend, zonder financieel bezwaar hun studiën voortzetten. En dan nog het prijsvragen-systeem, dat elders veel hooger is opgevoerd dan ten onzent, en werkt als krachtige prikkel bij dit voortstudeeren. Eindelijk heeft men ons ook wel eens den raad gegeven: Benoem buitengewone hoogleeraren, en vallen ze dan tegen, welnu, dan laat ge ze maar zitten. Doch het een noch het ander kunnen we doen of zal ons baten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's