Negentiende Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 69
LXVll 200 Uitstekend te doen slagen; en rnet een: „Zij leve, groeie en bloeie, de Vrije Universiteit" werd toen de samenkomst geëindigd verklaard. Om vijf uur ging men uiteen, dankbaar en voldaan. Maar voor velen had toen het scheidingsuur nog niet geslagen. Want in hét schoongelegen Katerveer vereenigde men zich aan een gemeenschappelijken maaltijd, waameê nog een paar genotvolle uren werden doorgebracht. Honderddertig personen zaten aan, die door de voortreffelijke zorg der Eegelingscommissie in tram en rijtuig naar Katerveer en weer terug naar Zwolle werden vervoerd. Dat er aan den disch menig woord, met Attisch zout bestrooid, werd gesproken, spreekt vanzelf; ook dat er getoost werd. Prof. Bavinck bracht den" gebruikelijken dronk uit op de koningin. Om acht uur verliet men noode de gezellige zaal. De treinen wachtten op de broeders en zusters, die nog dienzelfden avond naar noord en zuid moesten vertrekken. Zoo lag dus ook de negentiende samenkomst weer achter den rug; maar Zwolle had een nieuwen indruk gegraveerd in de harten der mannen en vrouwen, die gekomen waren om de belangen der geliefde hoogeschool te hooren bespreken. Aan Gode de dank voor al het goede dat genoten werd; aan Hem ook de toekomst der Universiteit toevertrouwd! Vigüate et Orate! En hiermede is ook nu weder onze taak als verslaggevers geëindigd. Toch mogen wij niet besluiten zonder een woord van dank aan onzen trouwen God voor wat Hij ons schonk en liet; zonder een bede waarmee alle liefhebbers onzer stichting zullen instemmen, dat Hij ook dit werk zijner handen niet late varen. Moge het onze Vereeniging gegund blijven te arbeiden in het nieuwe tijdperk, dat Neerlands volk onder zijn jeugdige koningin is ingetreden, voor de Universiteit welke met haar onderwijs op den grondslag der Gereformeerde beginselen van zoo uitnemenden zegen kan zijn in de moeilijke dagen, die in de worsteling tusschen geloof en ongeloof te wachten staan voor het volk dat naar 's Heeren Naam is genoemd. Is die Stichting dan ook nog „als een lelie tusschen de doornen," wij zijn niet bezorgd, ziende op JEem, die de leliën doet wassen en met heerlijkheid bekleedt. De Directeuren, S. VAN HEEMSTRA, Voorzitter. S. J. SEEPAT, Loco-Secretaris. AMSTERDAM,
Juni 1899.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Jaarboeken | 215 Pagina's