Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Een-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 47

3 minuten leestijd

XL VII

ik noemde: de vrijheid, 't Is waar, wij zijn ook thans vrij; maar dat is de vrijheid van den rechtlooze en dus niet de ware vrijheid, die wij begeeren en die de toekomst ons brengen zal, naar wij vertrouwen. Uit het oogpunt van de rechtsgelijkheid is het dan ook, dat ik de itanneming van het amendement van den heer Lohman in de Tweede Kamer met vreugde begroet, ofschoon ik overigens de bezwaren, die ik vroeger heb uitgesproken tegen het stelsel der eind-examens, blijf handhaven. 't Komt mij voor, dat ons doel, ook in de politiek, daarop gericht moet zijn, dat de Regeering aan vrije universiteiten, die aan zekere voorwaarden voldoen, waaruit blijkt dat zij ernstige wetenschappelijke inrichtingen zijn, in staat om aan studenten, die het gymnasiale eindexamen, of een examen dat daarmede gelijkstaat, hebben afgelegd, het noodige onderwijs te geven, dezelfde rechten verleene ais aan de openbare universiteiten. Laat allen die God vreezen en de wetenschap eeren als eene gave Gods, die kostelijker is dan robijnen, ook bij de stembus van het volgend jaar schouder aan schouder eendrachtig daarvoor strijden en naast zooveel wat op het stoffelijke betrekking heeft, de hooge waarde van dit ideƫele goed voor geheel het volk door hoog en laag openlijk worden erkend. Met deze weinige opmerkingen, M. H., meen ik het onderwerp, dat op het agendum aangekondigd is, althans zoover te hebben ingeleid, dat wij voor onze besprekingen een uitgangspunt hebben. Wanneer ik dan, ten slotte, mijne verwachting over de toekomst der litterarische faculteit in weinige woorden mag samenvatten, dan meen ik te kunnen zeggen, dat zij levenskracht bezit niet door hetgeen zij in werkelijkheid op dit oogenblik praesteert, maar door hetgeen zij naar haren aanleg belooft te praesteeren, wanneer God haar wasdom en zegen geeft. Worde haar die wasdom uiterlijk, maar bovenal innerlijk door Gods gunste in ruime mate geschonken, dan zal zij eene toekomst hebben tot zegen voor kerk en maatschappij, voor land en volk, eene toekomst ter verheerlijking van Gods grooten Naam. Deze rede van Prof. Woltjer vond warme toejuiching bij de vergadering. Prof. Geesink gaf gelegenheid tot bespreking van het ingeleide vraagstuk. Daarvan maakte Prof. A. Kuyper gebruik, verklarende dat hij met warme belangstelling en groote instemming de rede van zijn ambtgenoot Woltjer had aangehoord. Zoo oppervlakkig, bij het luisteren, zou men hier en daar ten onrechte de gedachte kunnen koesteren, dat aan die rede niet Vreemd is, wat men wel eens skruideniersgeest" noemt. Zooveel gymnasia, zooveel leeraren per jaar noodig; het zou den schijn kunnen hebben alsof de practijk wat al te veel op den voorgrond was geschoven. Doch bij het bespreken van de vooruitzichten van de faculteit neemt de practijk niet de eerste plaats in, wel bij het bespreken van de vooruitzichten der studenten; wier plaats, later in het sociale leven, zeker de aandacht verdient. Doch de opvatting van den referent ging dieper, en met groote dank-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Jaarboeken | 219 Pagina's

Een-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901

Jaarboeken | 219 Pagina's