Een-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 33
. XXXIII
Uw portret. Niemand uwer zal wel ontkennen dat het lijkt. Laat mij u tot versterking van den geest die ons bezielt, tot verheldering van de ééne gedachte die ons leidt, eenige oogenbiikken spreken van: de overeenstemming tusschen religie en wetenschap. Of er zulk een overeenstemming mogelijk is; zoo ja, door welk middel die te verkrijgen is; en eindelijk, hoe door ons. Gereformeerden, dit middel dan moet toegepast. Zietdaar in hoofdtrekken u den loop mijner gedachten geteekend. Allereerst dan, of er overeenstemming tusschen religie en wetenschap mogelijk is? Door velen onzer tegenstanders onder de tijdgenooten wordt deze vraag ontkennend beantwoord. Vandaar dat, waar ons beeld in het bewustzijn staat, er zich tevens een gevoel van onlust mee paart; een gevoel dat zich nu meer dan twintig jaren ook in woorden, ja zelfs in daden geuit heeft. Ik zal u nu niet lang bezighouden met wat onder de tegenstanders Jan Rap van ons zegt; dat toch is minder ter zake en maakt ons niet veel wijzer. Trouwens, die bezit niet eens een goed portret van ons. Heel dat gedoe van die »fijnen", die hij niet recht vertrouwt, met «wetenschap" waarop hij het, — behalve als hij bang is om dood te gaan of als hij een proces moet voeren, — ook al niet heeft, begrijpt hij niet recht. En op zijn schaftuur onder de kameraden of op het bitter uurtje in de sociëteit, ja ook après diner onder zijn poussecafé — want de stamboom van het geslacht vertakt zich als die van Zola's Rougon-Macquart onder alle rangen der samenleving — in die gewichtige oogenblikken van zijn leven orakelt hij, en dan altijd met een knoop er op, »dat het met die doleerende Universiteit eenvoudig malligheid is". — Nu, wordt daar nu eens wijs uiti Zooveel begrijpen wij, dat deze tegenstander niets van ons begrijpt, en dan dok nog, dat hij ons niet best zetten kan. Jan Rap, met wien een debat ovei' het onderwerp een onbegonnen zaak is, laten wij er dus buiten. Neen, als ik spreek van tijdgenooten bij wie ons streven een gevoel van onlust wekt, dan heb ik op het oog ernstige menschen, naar wie te luisteren het de moeite van luisteren waard is. Hier de mystieke vrome en daarnaast de onvrome geleerde — en tegenover die twee, als derde groep, de man, die zich het bekende woord van den Duitschen wijsgeer tot devies heeft gekozen: ï>met het hart een Christen en met het hoofd een heiden." Toch is er, zal de groepeéring onzer serieuze tegenstanders volledig zijn, nog een vierde groep, doch die noem ik u straks. Zulk een overeenstemming te zoeken is èn voor den mysticus, èn voor den intellectualist èn voor den dualist zoo ongeveer hetzelfde als naar de overeenstemming te vragen tusschen deugd en koper; suiker en gerechtigheid; verstand en rood; vierkant en welriekend. Met andere woorden, tusschen heterogene dingen; dingen, die in aard en wezen geheel van elkander verschillen; niets met elkander te maken hebben. Vandaar is, volgens hen, overeenstemming te zoeken tusschen i'eligie en wetenschap een hopeloos pogen. Immers, zullen twee dingen overeenstemmen, dan moet er iets 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Jaarboeken | 219 Pagina's