Een-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 45
XLV
veel meer de gevolgen onzer daden voor onze broeders overwegen, veel meer onze solidariteit gevoelen. Maar ook, wanneer onze drie gymnasia bloeiden en zelfs, wanneer er nog twee bij kwamen, één in Friesland en één in Zuid-Holland, dan zou daarmede de Iitterarische faculteit nog niet geholpen zijn. Deze vijf gymnasiën zouden niet zoovele leeraren behoeven, dat er jaarlijks ook maar twee nieuwe noodig zouden zijn, en er dus telken jare twee plaatsen open zouden vallen voor de leerlingen van onze Iitterarische faculteit. Ik onderstel daarbij, dat deze vijf gymnasia voor de Iitterarische vakken alleen leerlingen van de Vrije Universiteit zouden benoemen. Ik wil daarom ook van deze plaats er nog eens met nadruk aan herinneren, dat wij nog andere scholen noodig hebben dan gymnasia. Er moeten ook Gereformeerde scholen voor middelbaar onderwijs komen,, waartoe ook de handelsscholen behooren. Over de wijze, waarop dergelijke scholen moeten ingericht zijn, spreek ik thans niet. Ik handel op dit oogenblik alleen over de toekomst der Iitterarische faculteit. In dat verband wil ik alleen dit zeggen, dat mijns inziens aan dergelijke scholen voor de Iitterarische vakken alleen leeraren moesten benoemd worden, die eene opleiding aan de Universiteit, voor Gereformeerde scholen dus aan de Vrije Universiteit, hadden genoten. Over dit punt zijn zij, die tot oordeelen bevoegd zijn, naar ik meen, vrij wel eenstemmig. Ook de hoogleeraren aan de Iitterarische faculteit der openbare Universiteiten zijn van oordeel, dat de examens voor middelbaar onderwijs niet aan het doel beantwoorden, en dat voor middelbare en hoogescholen alleen academisch gevormde leeraren op den duur kunnen voldoen. In de groote steden van ons land en in de hoofdplaatsen der provinciën zullen er mettertijd middelbare scholen moeten komen, die voor onze zonen van Gereformeerden huize bruikbaar zijn, en de Iitterarische faculteit zal voor de opleiding van leeraren aan zulke scholen moeten zorgen. Wanneer ik dus kortelijk de zaak der Iitterarische faculteit samenvat^ dan heeft zij : Ie. mede te werken aan de vorming der studenten van de theologische en de Juridische faculteit; 2e. ten behoeve der Zending te zorgen voor het onderwijs in de land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië en in de talen van de bevolking dezer bezittingen; 3e. op zich te nemen de opleiding van leeraren in de Iitterarische vakken aan gymnasia en middelbare scholen; 4e. met en door dit alles mede te werken aan de uitbreiding der wetenschap op den grondslag der Gereformeerde beginselen. De toekomst der Iitterarische faculteit nu hangt daarvan af, of het God den Heere behagen zal, ons daarvoor te geven wat wij noodig hebben: mannen, geldmiddelen, vrijheid. De geschiedenis onzer Vrije Universiteit heeft het ons, hoe kort zij er ook is, reeds klaar en duidelijk getoond, dat al onze arbeid ijdel is, wanneer. God Zijnen zegen niet schenkt. Zeker, wij zouden ons aan groote ondankbaai'heid schuldig maken,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1901
Jaarboeken | 219 Pagina's