Drie-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 41
XLI
De algerneene beschouwingen over de Statutenwijziging werden nu geopend. H e t eerst verkreeg het woord Prof. Dr. F. L. Ruiger*, voorz. en rapp. der C o m m . . die nog eens herinnerde, hoe de Commissie, door den loop der omstandigheden, genoodzaakt was van het haar gegeven mandaat af te wijken. Zij was buiten haar boekje gegaan en had zich de vraag gesteld : W e l k e opdracht zou de Algerneene Vergadering ons gegeven hebben, indien zij met de veranderde omstandigheden bekend kon zijn geweest. E n naar het antwoord, dat de Commissie op die vraag meende te moeten geven, had zij gehandeld, i n de verwachting daarmee de Vereeniging en de Algerneene Vergadering dienst te doen., Spreker hoopt, d,rt die afwijking van de gegeven opdracht door de vergadering niet zal worden afgekeurd. De Voorzitter vraagt, of iemand over dit punt het woord verlangt. Daar niemand zich aanmeldt, meent de Voorzitter te mogen constateeren. dat de vergadering der Commissie dankbaar is voor haar arbeid. Prof. Rutgerx, opnieuw het woord erlangende, toont n u aan, wat de a;.rd van de voorgestelde wijzigingen is. Daaronder zijn er, die zeker beduklen beperking van de macht des Bestuurs. Die beperkingen zijn niet voorgesteld uit een soort wantrouwen i n wien ook der bestuursleden; integendeel, juist wijl het Bestuur het volle vertrouwen bezit en verdient, is het gemakkelijk, thans zulk een beperking voor te s t e l l e n ; ware het omgekeerd, dan zouden deze voorstellen een minder aangenaam persoonlijk karakter ontvangen, en dat moet niet. De bedoeling is ook niet, alle macht uitsluitend te leggen i n handen der Algerneene Vergadering, welke laatste trouwens toch beperkt is door een drietal groote beginselen; en w e l : 1. door het doel der Vereenigmg, aangewezen i n het onveranderlijke art. 1 ; ten 2de door beginsel en grondslag van baar arbeid, aangewezen i n het onveranderlijke art. 2 ; en 3. door ^ e o r d i n a n t i ë n Gods op het gebied der wetenschap. Thans ontvangt l.)r. C. C. Schot, uit Hardenberg, het woord, die vraagt, of'de i n sommige artikelen voorkomende u i t d r u k k i n g « p e r s o n e n , die door eene universiteit gegradueerd zijn", ook dezulken insluit, wier graden door andere universiteiten verleend zijn. Zoo ja, dan heeft spreker geen bezwaar. A l l e e n is hij van oordeel, dat art. 2 der Statuten niet alleen de c o n s c i ë n t i e der personen b i n d t ; hij meent, dat de uitspraak van de Algerneene Vergadering bindende is. Prof. Riitgers antwoordt, dat de door D r . Schot bedoelde u i t d r u k k i n g alge meen is, en dns alle universiteiten insluit. W a t de interpretatie Van een onveranderlijk artikel door de Algerneene Vergadering betreft, - J kan niet bindende zijn voor volgende algerneene vergaderingen, en nien kan er persoonlijk zeer zeker bezwaar tegen hebben, 't Gaat daar P'ecies mede als met een uitspraak van den Hoogen Raad, die slechts geldt en bindende is voor het bepaalde geval waarop zij betrekking neeft, terwijl voorts i n het algemeen de wet zelve blijft gelden. De algerneene beraadslaging wordt n u gesloten, tn behandeling k o m t nu art. 3 der Statuten : »De Vereeniging trekt hare inkomsten uit scheukingen, erfstellingen, Jegaten, . contributii n van leden en begunstigers, en andere middelen. 'U mag die echter niet aannemen, wanneer daaraan voorwaarden Zl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Jaarboeken | 232 Pagina's