Drie-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 42
XL1I
verbonden zijn, die haar of' hare scholen van een buiten haar staand gezag i n eenig opzicht afhankelijk zouden maken, of die om andere redenen, naar het oordeel des bestuurs, aan te groote bezwaren onderhevig zijn." W o r d t voorgesteld daaraan toe te v o e g e n : 7Aj kan haar bestuur machtigen, om, onder goedkeuring van curatoren en hoogleeraren eene overeenkomst aan te gaan met de Gereformeerde Kerken in Nederland, volgens welke die Kerken met betrekking tot de Theologische Faculteit een bepaald zeggenschap uitoefenen, mits daarin worde opgenomen, dat de overeenkomst naverloop van een bepaalden termijn wederzijds opzegbaar is. Wanneer zulke overeenkomst bestaat is de Vereeniging met haar bestuur en met allen die aan haar verbonden zijn gehouden de bepalingen van die overeenkomst zóó na te leven, dat de eigen regelingen daaraan ondergeschikt worden gemaakt. Ds. J. C. Sikkel wenscht te weten, waarom de goedkeuring van Curatoren en Hoogleeraren nog noodig is, wanneer het Bestuur reeds gemachtigd is. O f is de bedoeling, dat deze heeren den inhoud van zulk een overeenkomst moeten k e n n e n ? Zoo ja, dan rijst de vraag: moet de Vereeniging zelve niet van den inhoud op de hoogte zijn? Vervolgens acht spreker de woorden v a n : „ w a n n e e r " tot en met ,,gemaakt", het slot van de toevoeging dus, geheel overbodig; hij zou die woorden w i l len laten vervallen. Dr. A Kuyper vestigt er de aandacht op, dat de wijziging, die wordt voorgesteld, slaat op een toekomst, die nog niet gekomen is. Is dat n u niet wat a l te voorbarig? Verondersteld dat deze wijziging wordt aangenomen, en de toekomst, waarbij zij gedacht is, is anders dnn men zich thans voorstelt? Spreker zou dan ook i n het eerstgenoemde voor stel — dat het geheele complex van wijzigingen omvat — w i l l e n zeggen, dat de koninklijke goedkeuring moet worden aangevraagd „zoo spoedig dit wenschelijk blijkt", en zou den datum, 1 Januari 190y, w i l l e n doen vervallen. Voorts heeft spreker tegen de wijzigingen, dat zij te veel ir, bijzonderheden afdalen, alles regelen en vaststellen; wat met voorbeelden wordt aangetoond. Tegen de u i t d r u k k i n g e n : „ w e d e r z i j d s " , ..Curatoren en Hoogleeraren" heeft hij bezwaar; van „ w e d e r z i j d s " spreekt men niet i n S t a t u t e n ; Curatoren behoort te z i j n : „College van C u r a t o r e n " ; „ H o o g l e e r a r e n " dient vervangen doei „ d e n Senaat". W a a r o m moet voorts i n de statuten het zeggenschap van de Gereformeerde K e r k e n worden vastgelegd? Dat bestond reeds; hebben we dan vroeger tegen de statuten gehandeld en geleefd? Met de opmerkingen van Ds. S i k k e l is spr. het eens. het slot der toevoeging kan vervallen. Zou dit voorstel, zooals het daar ligt, worden aangenomen en k w a m , wat wij verwachten, niet tot stand, dan zou daardoor ook de bestaande overeenkomst zijn vervallen. Prof 11. li. Kuyper meent, dat de thans voorgestelde redactie den i n d r u k zal maken, alsof men w e l een overeenkomst w i l met de G e r e fornieerde K e r k e n , waarbij aan deze meer zeggenschap worde toegekend over de Theologische Faculteit, maar niet zulk eene, waarbjj de Theo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Jaarboeken | 232 Pagina's