Drie-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 52
Lil
onder ons volk ook op het gebied der wetenschappen weer tot eere te brengen, H i j heeft dat vertrouwen niet beschaamd. Boven ons bidden en denken is onze arbeid met Zijn zegen gekroond. H e t : » W á t doen deze amechtige Joden ?" (Neh. 4 2), waarmee m e n aanvankelijk ons pogen bespotte, heeft plaats gemaakt ook voor waardeering bij den tegenstander. Zoo door den arbeid der aan haar verbonden Hoogleeraren als der aan haar gevormde studenten, heeft onze Universiteit zich reeds n u een goeden n a a m verworven onder ons volk. Het streven onzer V e r e e n i g i n g wordt beter verstaan en billijker beoordeeld. Ook dit geeft ons moed voor de toekomst. M a a r boven dit n o g : het bewustzijn van gedragen te worden door de liefde van het Gereformeerde volk, en allermeest van te staan i n de gunste onzes Gods, doet ons gemoedigd voortgaan. S. V A N H E E M S T R A , S. J . S E E F A T , AMSTERDAM, Mei
1903.
Voorzitter.
Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Jaarboeken | 232 Pagina's