Drie-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 68
LXVIII
vinden of op zijne eigene aanvrage, onder goedkeuring van de F a c u l t e i t tot welke zoodanige vakken behooren, later door curatoren daarvoor i n de plaats gesteld of daaraan toegevoegd worden. A R T . 5.
Ieder hoogleeraar houdt zich, met b e t r e k k i n g tot het onderwijs i n de hem opgedragen v a k k e n , aan de Series lectionum, gelijk die telken jare door curatoren, op voorstel van, en zooveel mogelijk i n overleg met den Senaat, wordt vastgesteld ; tenzij i n den loop van het studiejaar door curatoren zeiven, na overleg met den Senaat, eenige wijziging noodig geacht wordt. A R T . 6.
Bij curatoren berust de bevoegdheid, deze instructie, bij verschil van opvatting, u i t te leggen, en haar, zoo dit noodig voorkomt, te w i j z i gen. Zij zullen echter geene wijziging vaststellen, zonder den Senaat daarop eerst gehoord te hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Jaarboeken | 232 Pagina's