Zes-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 56
LVI l S
Ze is geboren u i t 't waarachtige leven des geloofs; u i t dat leven ze gegroeid; ze is S t i c h t i n g des geloofs en daarom des Ileeren. Haar stichters hebben haar gegrond i n het onuitroeibaar besef: God w i l bet' E n n u heeft ze een k w a r t eeuw gestaan i n het midden van dat vol») als een stuk van h u n leven, saamgeweven met h u n leven i n strijd ef moeite en verdriet. Laat u w ziel dan aandachtig opmerken. N i e t zinloos worde herhaald • »Loof den Heere, mijne ziel, — e n . . . . vergeet geene van Zijne U- ' daden." Reeds om dit vergeten, onze gedurige zonde voor God, zijn v? schuldenaars, en moet ons opmerken ootmoedig zijn. 't Is een zondaardie hier in het stof Mgt en roemt i n de vergeving der zonden: y>die uw ongerechtigheid vergeeft." Die grootste, noodzakelijkste, meest onverdiende, vruchtbaarste w*J" daad moet voorop! Ook aan onze school kleeft ongerechtigheid. Er schuld voor God bij allen, die i n , met en voor haar leven. Haar b | ? werk is vol gebrek, en daarom verdoemelijk. L a a t dat besef van schuin diep i n ons geworteld zijn, te grooter, naarmate de grondslag onzei school heiliger is. Maar . . . . er is vergeving. Indien we niet wisten, dat het bloed ° Christus reinigde van alle zonden, ook van zonden op het terrein v"OT weten en denken, de stem der dankzegging bleef steken i n onze kelen' Maar we naderen allen, geleerden en ongeleerden, aan den voet van n kruis, en opziende tot H e m , die ook voor de redding der wetenschap Zijn hartebloed heeft gestort, jubelen w i j : >idie al onze ongerechtigd vergeeft." E n H i j verloste, niet alleen van schuld. »Ook van krankheden" '• zooveel innerlijk en u i t w e n d i g lijden, waarmee H i j trof. Ook van » l verderf". De vijand, die haar ten doode had opgeschreven, k o n h ^ niet vernielen. E n , g i n g i n haar eigen boezem de doodsengel niet stee» voorbij, zij die geacht worden de pilaren te zijn, de oudste hoogleeraren' wier namen met eerbied worden g e n o e m d : Kuyper, Rutgers, W o l t j ' Fabius, zijn nog pilaren gebleven. M a a r de Heere deed meer. H i j vlocht ook een kroon van goed?rtie-' heid en bermhartigheden. In die kroon b l i n k t een parel van diep wetenschappelijke kennis. Ze heeft het mysterie van haar eigen ' . ingedacht. H a a r voormannen hebben gezocht en gevonden wat h e t a ü beheerschend beginsel was voor elke faculteit. Menige rectorale \ is daardoor van monumentale waarde. E r is oorspronkelijk werk gelevei • Een andere parel is het principieel en voedend onderwijs, door t a l m a n n e n genoten. E e n andere haar invloed naar buiten. t Of richten we het oog op den p s a l m : Hij verzadigde ook met < ^ goede; en leeft ze van gegeven goed. ze had geen gebrek. De feeptgaj van dezen dag doet ons mede danken voor haar dagelijksch brood. vergeten we vooral n i e t : »die u w jeugd vernieuwt gelijk eens arenoN i e u w e banen zijn voor haar geopend, n u ze i n beginsel gelijke 4 ; „ , kreeg met de Staatsscholen; een voldoening voor het gekrenkte reen . besef dat ons danken doet: »De Heere doet daden van gerechtigallen dengenen die onderdrukt worden." j E n , komende tot de bete^kenis dier weldaden, — peilt ge de gen«> ,e
e
a
l S
eS
v a
e
v i l
, e
3
1
e r
en
e V
e
s
f i
o
T
a
v
a
%
1
r e c
t
10
g
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Jaarboeken | 257 Pagina's