Zes-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 55
Van den dag der feestviering zelve nemen wjj hier over de uitvoerige b l a g e n u i t »De Standaard". In het
Concertgebouw.
v
• *oor de vrienden van de Universiteit, die niet door engen hand a a n aar zijn gehecht i n d e betrekking van bestuurder, hoogleeraar of student; °°r de breede schare, die, heel het land door, onze Universiteit eunt met zijn gaven, sterkt door zijn gebed, wien die Universiteit ? ° het meeleven met haar o n t w i k k e l i n g een stukje is geworden van ] j?. leven, — voor hen was het eene plechtige ure van dank, een fr stond van feestjubel i n het Concertgebouw. &n ze waren dan ook van alle kanten, uit elke provincie opgekomen, J r dan 1500, die 's morgens om halfelf reeds de statige zaal van het ° , 8 b o u w voor het grootste deel v u l d e n . i . Ier weerszijden van het orgel, zoo dat ieders blik er op viel bij het ö n e n t r e d e n der zaal. waren de met groen versierde, levensgroote poretten van Prof. D r . A . K u y p e r en Prof. D r . F . L . Rutgers opgehangen. ^.Up het podium hadden op de voorste rijen plaats genomen, links recteuren en curatoren, rechts de professoren. r
en
3
l
e
n
c e r t
e
1
r
Dankstond. J>o f ' halfelf werd de dankstond aangevangen met het zingen van Va R ^ de leider i n deze ure, Ds. P . A . E . Sillevis Smitt, " Rotterdam, voorging i n gebed. P de kostelijke rede. waarmee deze de schare boeide, volgt hier kort u i t t r e k s e l : Gni ' k een alleszins gepaste gedachte, i n h e t naderen tot onzen « met dank- e n smeekgebed, wijding te geven aan den dag, die met v i ° , ' blijde vreugde ons tegenstiaalt. E é n b l i k op de geschiedenis dier in. r ) * i t i g jaar, i n de voortreffelijke gedachtenisrede, dezen zomer 2R1 \r ^ i d e n t i e uitgesproken, doet ons met verlegenheid belijden: » W á t 'k den Heere vergelden voor Zijne weldaden, aan mij bewezen?" jj ° aan de taak mij opgelegd, w i l i k pogen eenigszins de tolk te g hart omgaat, e n waar we slechts i n kinderlijken h des harten ons buigen voor de Majesteit des Heeren, zou de Uit ^ K d ° schoonste sieraad wezen. Zij het dan een woord borih a r t ; tot het gebed. Toch is zulk een woord allerminst overig- W e moeten t o t loven en danken aangedreven. l0^rf ' ' *k u voor het eerste en h e t laatste gedeelte van den ^ , ° " P s a l m . (Vs. 1 - 6 en 20—22.) A a n de hand van dit woord w e k k e n cj ^ °P met b e t r e k k i n g tot onze Vrije U n i v e r s i t e i t : Laat ons dewellanfn des Heeren opmerken; laat ons er de beteekenis van verstaan ; ^ ons er mede in God eivdigen. Peetri P ' i spoort aan om de weldaden Gods op te m e r k e n ; onveriij V ' wanneer hij zijn ziel opwekt, en al wat binnen in hem is. Alles o „. mensen moet loven, e n alles moet loven. N u is zeker met het Vrinj °" ° a c h t i n g niets zoo stuitend als lippentaal. W a n t er is een g verband tusschen onze ziel en onze school. e c
e s
w
a
a
a
r
n
a
n
S z e
e r
c
2 o
V e e
6n
w
Q
1
r
U
w
2
V
a
n
w
a
t
1 1 1
u
w
6
V
o
u
a
Q
t e
a
e
e
n
t o e
v
o
e
J
e
a
u
s a
e
m
n
0
)
n z e
s t
u
D
e
s
S
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Jaarboeken | 257 Pagina's