Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 35
ZXXVII
moet zij zwijgen. We zullen hier dus hebben t e concludeeren uit de n a t u u r en den a a n i e g, waarmee G-od de vrouw begiftigde. Als de natuur van den arbeid zelf de vrouw niet buitensluit, mag men liaar niet verhinderen dien arbeid aan t e vatten. Elk beroep, dat 'de physieke Icracht der vrouw te boven gaat, doordat te groote spierki'acht van haar gevorderd en te zwaar uithoudingsvermogen geëischt wordt,' is daarom evenzeer buitengesloten als die arbeid, die met het karakter der vrouw in strijd is omdat te groote energie van wil e n onderdrukking der gemoedsbewegingen daarbij geëischt wordt. Over de toepassing van deze beginselen kan .zeker verschil van gevoelen bestaan. Toen de Paus zich onlangs over de quaestie uitsprak, had hij tegen het studeeren van vrouwen geen bezwaar; achtte, dat ze vooral in de geneeskunde goede diensten konden bewijzen. Doch de Paus wilde de dames liefst niet op politiek terrein werkzaam zien, vrouwen in het Parlement, dat moest er nog bijkomen; de mannen bezorgen reeds last genoeg. In dat oordeel s t a a t de Paus zeker niet aJleen, en met name) h e t optreden van vrouwen in de geneeskunde kan heilzaam zijn bij de behandeling van vrouwen en kinderen. In zooverre dus de nood der sociale toestanden de vrouw dringt n a a r een levenspositie om t e zien, kan de studie als voorwaarde voor sommige beroepen voor de vrouw niet afgekeurd worden. Doch is het 'motief voor de academische studie gelegen in de z.g. coëducatie; beoogt men de gelijkstelling van man en vrouw, dan komt daar de Christelijk conscientie tegen op, want dan bedoelt het, h e t verschil, door Grod zelf in de schepping tusschen man en vrouw gelegd, uit t e wisschen. Dan wordt beweerd, dat de sexueele onderscheiding slechts het lichaam raken zou; met 'minachting ne'ergezien op de „htuissloof", die zich wijdt aan h a a j kinderen en haar huishouden; gesmaald op de opvoeding der vrouw, die er slechts op uit zou zijn haar t e vernederen; gestreefd naaa* volkomen gelijkheid van maji 'en vrouw op alle gebied. Die beweging, het zij tier eere van de vrouw herinnerd, gingniet van h a a r u i t ; de stoot tot die beweging ging uit van den man. De Bngelsche philosoof S t u a r t Mill schreef h e t eeirst over de slavernij der vrouw; in Duitschland was h e t Bebel, die deze ptropaganda dreef; hier te lande. prof. Hector Treub, die als paladijn van deze beweging optrad. Zeker, ook in 'deze beweging schuilt een element van waarheid; er is, met name in vroeger eeuwen, op smadelijke wijze over de vrouw gehandeld; in 1793 verscheen er zelfs in ons land nog een boekje, waairin de vrouw genoemd werd een ,,noodzakelijk kwaad"; en dit al keurt spr. beslist af.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Jaarboeken | 256 Pagina's