Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 27
SXIX
de sonvereine Schepper en Onderhouder is. A l l e leven dankt zijn oorsprong uit Hem; h e t bewuste en het onbewuste; dat van engelen en menschen; het geestelijk en lichamelijk leven; h e t persoonlijke en het gemeenschappelijke; dat der natuur en der genade; van het rijk der schepping en der herschepping; geen leven buiten Hem. Maar ook buiten Hem geen l i c h t . In Uw licht zien wij het licht; alleen bij het licht Gods kan h e t leven worden gezien, gekend en genoten. Leven zonder licht is denkbaar, maar licht zondeir leven niet. In dagen van ,bange geestelijke duisternis wordt het leven wel niet uitgebluscht, maai' h e t is een leven zonder geest, een leven zonder licht. Het werk Gods kan alleen bij het licht Gods worden beschouwd; in Hem is de grond aller dingen, ook de wortel der kennisse aller dingen, de bron van het leven en van het licht, de ware wetenschap. Zoo daalt h e t licht van boven op het werk van de Schepping Gods, op h e t boek der natuur als d a t der historie. De ware wetenschap komt van omhoog, niet van beneden. Dat is het verschil tusschen de ware en de valsche :wetenschap, die niets wil weten van h e t licht Gods en rondtast in stikdonkeren nacht. Zeker zij spreidt wel reusachtige geleerdheid ten toon, maar deze bevat geen korrel goud der ware wetenschap. Haar telkens afwisselende stelsels zijn niet anders dan de waarheid verbergende sluiers; het licht schijnt in de duisternis, maar deze heeft het niet begrepen. Niet alzoo onze school der wetenschappen, die in God den Heere de bron zoekt en vindt, en ,nu meer dan 25 jaar trouw haar beginsel bewaarde, trots tegenstand van vijanden en van wie haar vrienden moesten zijn; en leeft bij de belijdenis der Kerk van alle eeuwen: „Bij ü is de fontein des levens." D-e weg t o t de ware wetenschap is door de belijders des Heeiren gevonden. Wij z i e n ; dus men heeft kennis van den weg t o t het licht. Dat zien geschiedt met het geestelijk oog, met het oog des geloofs, dat zich op Oh'ristus richt, die in Zijn ontferming zich wendt tot den gevallen mensch met het woord Zijnör liefde: „Ik ben de weg, ,en de waarheid, en het leven; niemand komt tot den Vader dan door Mij." Hij de weg t o t de bron der ware wetenschap; het eeuwige Woord, door hetwelk alle dingen zijn gemaakt; Hij het waarachtige licht, hetwelk een iegelijk mensch verlicht, komende in de wereld. Dat Woord is vleesch geworden en heeft onder ons gewoond; Hij is de Middelaar in het rijk der schepping en -der herschepping-, de Zaligmake'r, het licht der wereld; alle licht is geconcentreerd in Hem. Ziende op h a a r Hoofd, mag de gemeente jubelen: „Wij zien h e t licht."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Jaarboeken | 256 Pagina's