Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 45
XLYII
wezen moeten, van de gemeente zouden moeten uitgaan en niet van den S t a a t ; 3. er kome verandering in de regeling van h e t schoolgeld. Voor het lager onderwijs mag dit slechts een t e g e m o e t k o m i n g zijn in de kosten, welke voor rekening van de gemeente blijven (art. 50 wet L. O.). Voor de gemeente-burgerscholen kan ook slechts eene b i j d r a g e in de kosten worden gevraagd, en vQor. de Eijks-Hoogere-burgerscholen mag h e t bedrag slechts / 60 zijn (art. 37 wet M. O.). Voor de gymnasia mag h e t minerval niet meer dan / 100 wezen (art. 22 wet H. O.). Waartoe dit alles? Waarom niet van wie het betalen kunnen bij het lager ondetwijs den vollen prijs, en bij het middelbaar en het gymnasiaal onderwijs meer dan thans gevraagd? Zelfs ware niet vïeemd, a|ls de Staat voor het verrichten van w a t n i e t t o t zijne t a a k behoort, meer eischtei dan den kostenden prijs, t e n einde zoo de maatschappij t e prikkelen zelve de handen uit demouwen t e steken. Thans wordt juist een ptemie op niets doen gestald. Ook zou kunnen overwogen worden om althans de openbare lagere scholen, t o t wier bestaan de maatschappij door nalatigheid harerzijds dwingt, t e beperken tot het meest noodzakelijke. Naar de hier gegeven opvatting is ook bedenkeiijk de bepaling, thans in de wet op het H. O. gebracht, d a t vï^je universiteiten met e f f e c t u s c i v i l i s geen lager collegegeld mogen heffen dan het E^jk. A,ls mag den Staats-Hoogescholen geen te sterke concurrentie worden aangedaan; als zijn er twee p a r t i j e n , , waarvan de eene in de openbare, de andere in de bijzondere inrichtingen woont; 4. worde gedacht aan het geven van r u i m e subsidiën. A>ls de Staat werkelijk de uitbreiding van het vrije onderwijs; wil, ligt h e t voor de hand, d a t hij, althans in den tijd van, o[vergang, dit door middel van subsidie poogt t e bevorderen. Niet uit goedwilligheid, of om aan de eene p a r t ij ook iets t e geven, waar de andere p a r t i j reeds zooveej heeft. Maar omdat deStaat, losgelaten hebbende het beginsel, dat de openbare school voldoende is, in beginsel aan de maatschappij h e t pprichten van scholen overdroeg. Van de zijde der b e l a n g h e b b e n d e n is subsidie niet geheel zonder gevaar. Maar van de zijde van den S t a a t is h e t eisch van b e g i n s e l ; 5. op h e t gebied van het hooger ondeïwijs zij men bedacht op inkrimping, niet van h e t getal openbare Universiteiten, maarvan haten omvang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Jaarboeken | 256 Pagina's