Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 26
XXVIII
Zoo ongeveer moeten wel de gedachten van velen geweest zijn die i n de vriendelijke hoofdstaxi van Zeeland opgingen t o t de trRE DES GEBEDS, waartoe het bestuui' der Vereeniging de vrienden en vriendinnen der Vrije Universiteit h a d saamgeroepen aan den avond van Woensdag. De leiding van de saamkomst was door H.H. Directeuren opgedragen aan een der kweekelingen onzer Hoogeschool, Ds. H. J. van den Brink, van Rotterdam, die t e TVs ure voori een aandachtige schare optrad. De spreker begon met er aan t e herinneren, hoe de ure des gebeds aan den vooravond onzer jaarvergadering gewoonte geworden i s ; we hebben echter toe t e zien, dat die gewoonte niet ontaarde in een zaak van onheilige sleur en ijdele vormelijkheid. Dit wordt vanzelf vermeden, indien wij ons helder rekenschap geven van het doel, waartoe wij hier saamkomen. Onze Vereeniging d r a a g t een confessioneel karakter, zij leeft uit het beginsel, neergelegd in axt. 1 onzer Katholieke Christelijke geloofsbelijdenis; en h e t doel van ofloze. saamkomst i s : elkander te sterken in d a t geloof, h e t uitgesproken beginsel te belijden voox het oor der ongeloo'vige wereld. Dat zJ3 ook de grondtoon v a n ons gebed. Bidden is bovenal belijden; zooals de Heidelberger het u i t d r u k t : h e t voornaamste stuk der dankbaarheid.- Ter toelichting t o t zulk bidden overdenken we het Woords G-ods, dat de belijdenis van ons beginsel ons helder voor oogen s t e l t ; daartoe bepaalde de spr. de aandacht der schare bij Ps. 36: 10: W a n t b i j U i s d e f o n t e i n d e s l e v e n s ; i n U w l i c h t z i e n wij h e t l i c h t . De spreker ging nu in h e t kort den inhoud van den Psalm n a ; deed zien hoe in het eerste gedeelte gesproken wordt van de tegenstelling tusschen het woeden van h e t rijk des duivels en der duisternis aan de eene zijde, waartegenover aan de andere de belijdenis deï gemeente wordt .gehoord, die roemt in het Koninkrijk van G-ods heerlijkheid; terwfll besloten wordt met ,een bede om beschetming en zegen, en de profetie van de verdelging der goddeloozen. Vervolgens vestigde spr. de aandacht op den rijken inhoud van h e t lOe vers, dat een onpeilbare diepte van gedachten bevat. Iets vandienrijkdo'm wilde spr. doen schitteren, door te spreken over d e b r o n , d e n w e g , h e t d o e l der ware wetenschap, welker beoefening onze Vereeniging beoogt. De bron der ware wetenschap is de „fontein des levens", de springader des levenden waters, waaruit het kristalheldere vocht opspringt, w e l t ; een beeld van G-od-zelven, die h e t leven in zich zelven heeft; uit Hem ontstaat h e t ware leven, waarvan Hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Jaarboeken | 256 Pagina's