Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 37
XSXIX
is, moet zonder eenige aarzeling aan de tegenstanders van de cöeducatie worden toegegeven. Eeeds h e t feit — hoezeer pok weersproken — dat tot dusver noch op het gebied der kunst^ noch op 't gebied der wetenschap geniale, vrouwen zijn opgestaan, die mettexdaad een nieuwe periode ontsloten hebben, scholen hebben gesticht, h e t 'denken en kennen der menschheid verder hebben gebracht, moiet bewaïen voor de dwaze meening, alsof het meearbeiden der vrouw op weteoischappelijk gebied nieuwe geestelijke werelden voor ons veroveren zal. Maar wanneer op dien grond men van oordeel .zü, d a t de vrouw van dé Academie behoort geweerd t e worden, dan gaat d i t oordeel naar mijne overtuiging t e ver. Vooreerst zou h e t dwaasheid zijn te meenen, dat alle mannelijke studenten, die de hoogeschool bezoeken, een hoogen wetenschappelijken aanleg bezaten. Genieën komen slechts eens in de eeuw voor. Het gewone peil van h e t intellect s t a a t ook bü onze mannelijke studenten heusch zoo hoog niet. En waar voor de meeste hunner de studie m i d d e l en geen d o e l is, daar zou het niet r e c h t zijn, de vrouw van h e t a<;ademisch onderwijs buiten t e sluiten, omdat haar geestelijke aanleg niet voor de zwaarste eischen der wetenschap .berekend blijkt. En in de tweede plaats kan h e t kwalijk ontkend, d a t er metterdaad vrouwen zijn, aan wie een hoogere intelligentie geschonken werd. Op h e t gebied der kunst verdienen Eosa Bonheur en Therese Schwartze met eere genoemd te worden, a a n de intellectueele superioriteit van vrouwen als Madame de Stael, Geoirge Sand, Bosboom-Toussadnt enz. twijfelt niemand. E n Anna Maria Schuurman ten'onz'ent overvleugelde menig geleerde van haar dagen. Waar zulk een buitengewone aanleg bestaat, kan m. i. aan zulke vrouwen de eisch niet gesteld worden, ' d a t ze in het leven der huishouding met al zijn rompslomp zullen opgaan. Voor deze vrouwen moet een uitzondering gemaakt. Waar God de g a v e n s c h o n k , wi|l Hij, dat ze niet ï n een zweetdoek verborgen, maap: gebruikt zullen worden in Zijn dienst. E n zoover de Universiteit als middel dienst kan doen om deze gaven en tajenten te ontwikkelen, behoort zij voor deze vrouwen ook h a a r poort t e . openen. * * * Met warme toejuiching werd de hoogleeraar voor zijn schoone inleiding van dit onderwerp beloond. .„ De Voorzitter opende de gelegenheid voor debat. Allereerst vroeg de heer A. Brummelkamp h e t woord, die zijn blijdschap uitsprak over de wijze, waarop dit onderwerp werd behandeld. Toch wenschte hij eenige opm^exkingen te maken, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Jaarboeken | 256 Pagina's