Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 42

3 minuten leestijd

XLIV

door de wet geregeld", als h e t lager onderwijs geldt geïnterpreteerd wordt, dat de school neutraal moet zijn, en bö h e t hooger onderwijs, dat ieder vrijelijk zijn meening ook over geloofszaJjen mag uiten! Meest gewenscht is, d a t de maatschappij zelfstandig voor scholen zorgt; het vrije onderwijs op den voorgrond s t a ; de Overheid alleen aanvullend optrede. Zoo verdedigde dan ook Thorbecke het openbaar lager onderwijs. Eveneens Mr. Pynacker Hordijk. Zelfs Mr. Van Houten heeft verklaard, dat de Ofpenbare school bloot als aanvulling „in menig opzicht de voorkeur verdient boven ons tegenwoordig stelsel"; ook heeft Thorbecke in de Memorie van Toelichting bij de wet op h e t M. O. geschreven, dat de Staat verkeerd handelt, ,,wanneer hij een zoo groot a a n t a l inrigtingen schenkt, d a t het streven naar meer en de drang om zich zelve t e helpen bij de burgerij verflauwt".' • Toch is feitelijk op alle trappen h e t onderwijs in tegenovergestelde richting ontwikkeld, en wel om met de openbare instellingen in a l l e behoeften van het volk te voorzien. Ook werd de openbare school zelfstandig verzorgd, onafhankelijk w a t daardoor van de vrije school werd. Nog schreef de moderne predikant Lohr in dei „N. 'E. Ct." van 13 Dec. 1902: ,,H*et is' a l mooi, dat bij de G-rondwet a a n de malcontenten vrijheid gelaten wordt, door eigen stichtingen, natuurlijk op eigen kosten, a a n h u n bezwaren, t e gemoet t e ko-men. Dat is een uiterste concessie, die dan oiok ten aanzien van het lager onderwijs uiterste concessie h a d behooren te blijven." Hoezeer vrijheid van onderwijs in het algemeen, dus ook van hooger onderwijs, volgens Van Hogendorp reeds in 1815 krachtens d e Grondwet bestond; zij bovendien in 1848 uitdrukkelijk door de G-rondwet gewaarborgd i s ; de Staatscommissie van 1849 dan ook uitdrukkelijk met de vrijheid van hooger onderwijs- rekenen wilde, — heeft liet tot 1876 geduurd, eer h e t K. B. van 1815 ingetrokken werd, dat geene vrije hoogescholen kende. Inderdaad heeft men, w a t Jules Simon ook van .rrankrijk getuigde, eigenlijk de vrijheid van onderwijs niet gewild. Alleen op het papier moest zij bestaan. Het verzet tegen de laatste wijziging in de wet op het H. O. was dan ook duidelijk gericht tegen de betere gelegenheid oim zich op geheel vrij terrein t e lorganiseeren. Allengs is verandering gekoimen, en h e t natuurlijk recht herwonnen. Niet op grond van de theorie, dat het onderwijs aan de maatschappij behoort. Maar door de botsing van wat de Ofpenbare instellingen gaven, met den' geest der natie. De inrichting van die instellingen, en de daardoor geoefende tirannie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Jaarboeken | 256 Pagina's

Zeven-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907

Jaarboeken | 256 Pagina's