Acht-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 44
XLVI
Ie. h e t materialisme, 2e. het criticisme, en 3e h e t intellectualisme. Het m a t e r i a l i s m e , d a t later de sociaal-democratie heeft gebaard, wat is het 1 Het ',i|s d e leer, die u i t het stof d e n g e e' &;;!t, in plaats van uil den geest h e t s t o f verklaart. Dit toekennen nu van het p r i m a a t aan d e stiof ils puur atheïsme, de rechtstjreeksche loochening van God en Zijnen Christus; en daartegenover t r a d e n wij lop met onze belijdenis van de souvereiniteit Gods. Het c r i t i c i s m e is er op uit om onze afhankelijkheid van de voorgeslachten te ontkennen. Naast h e t beginsel verwijzen wq daarom naar de historie; maar juist die macht der liistorie wil het criticisme niet. Het doet als zoo menig vader tegenwoordig, die zegt: Als mijn kind 18 a 20 jaar is geworden, moet 't zelf maar kiezen of het orthodox of modern wil wezen. Het is de enkele mensch, die zich losmaakt u i t het historisch verband; die als God zitting neemt om heel den kosmos te richten. Daartegenover zeggen wü, d a t de enkele mensch is als een verdwijnend niet in den loop der eeuwen, die God de Heere gebruikt heeft om de menschheid te leiden en te naderen door Zijn openba.ring. Het i n t e l l e c t u a l i s m e eindelijk wil de kracht gezocht hebben in h e t denkende verstaald. Dèt zou alles oplossen, alles beheerschen, om te eindigen met de vraag: Beantwoordt a a n mqn gedachtenbeeld wel een realiteit? Daartegenover leeren wij, dat het menschelijk bewustzijn nog heel andere gewaarwordingen ondergaat dan van het denken. In het h a r t kan ook wonen de zekerheid des geloofs. De mensch heeft, voelhorens ontvaoigen in het inwendige voor het leven des Geestes, voor de werkingen van h e t leven Gods. Het is de mystiek, die hiermee haar recht doet gelden. En nu moet erkend, d a t materialisme en intellectualisme in de latere jaren in waarde bij onze tegenstanders zijn gedaald, dat ook d a a r van een mystieke richting sprake is, inaar op een wijze die sterker d a n ooit de tegenstelling doet uitkomen, die Noach uitsprak, toen hij zeide: .,God breide J a p h e t uit, en hij won© in Sem's^ tenten." Het idealismlej onzer tegenstanders komt u i t Indië, u i t Japhet, uit het Arische ras, met zijn Pantheïsme. Men wil de Japhetietische lijn weer t o t heerschappij brengen en die van Sem uitwisschen. In Cham bestrijdt Sem de revolutie, door h e t vaderlijk gezag t e eeren, en de zinlijkheid, door de schaamte te doen werken, en hij leidti hierbiji 'Japhet, en dat is 't, waarom J a p h e t moet wonen in Sem's tente. L a a t hij Sem los, d a n h e l t hij n a a r Cham's zonde over. E n h e t is die tegenstelling, 'die ook thans weer opkoint in den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Jaarboeken | 270 Pagina's