Acht-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 43
XLV
schiappelijke opleiding onde'r k e r k e l ^ e censuur behooirde geplaatst. Dat was volkomen begrijpelijk. Men h a d d e schrikkelqke afdoling gezien, en, zoekende naaa- eeD. macht o^m deze tege,n t e gaan, was men er to|e gekomen; te zeggen: „Daar moet de Kerk voor zorgen." Maar d i t was fout. I n de Theologische faculteit heeft de Kerk zeer zeker medezeggenschap, m^ar h e t terrein van d e wetenschap moet vrtj bljjVen; er mag geen verwarring zfln van het confessioneele en het principieele begrip. Onder de oude Republiek nam men het confessioneele standpunt i n ; en wat gaf d i t (nog in de vorige eeuw als naweilking-? Dit, d a t mannen als Scholten en Kuenen, om h u n geleerdheid zeer t e waardeeren, m a a r volop modem, de drie formulieren onderteekenden. Hier school geen k r a c h t in. Daaroim, dg band moet p r i n c i p i e e l gelegd, voor de grondbeginselen moet gewaakt; en aldus tegen deze drieërlei raacht gestreden voor de souvereiniteit in eigen kiing. Eerst zoo zou in de wetenschap de souvereiniteit Gods weer t o t eere kunnen komen; en d i t ons streven lag uitgedrukt in de woorden: o p G e r e f o r m e e r d e n g r o n d s l a g . Onze Universiteit is Gereformeerd, omdat in onderscheiding van de Lutherschen, Dooperschen en Eemonstranten, Calvyn doorging t o t op de diepste tegenstelling: niet de souvereiniteit des menschen, maar de s o u v e t e i n i t e i t Gods. Zoo staait h e t ook in Ps. 145: ,^Ik ^al vertellen de heerlijkheid der eere van Uwe majesteit." In heel de Heilige Schriftuur wordt steeds dezelfde diepe tegenstelling teruggevonden. Voor die souvereiniteit nu kan men niet opkomen door redeneering; neen, die d a t doen zal, moet aangegrepen zijn door het alles overweldigend gevoel van bewondering 'voor de majesteit des Heexen, zoiO'dat hij t e n slotte ophoudt te denkejL en overgaat i n stille aanbidding: ,,Uwe grootheid is ondoorgrondelijk." (vs. 4.) Nu deed in vroeger eeuwen zich' schier alles in poëzie hooren, waarbij men de uiting van het gevoel vr^j werken l a a t ; en zoo werd in de eerste periode deze istille aanbidding oorspronkelijk een lofzang Gode den Heere. Die periode is gevolgd door de periode der Getuigenis, waarin de heroën uitgingen, roepende: Voor Christus den Koning! en vaak hun getuigenis met hun bloed bezegelden. Maar thans zijn we in de derde periode,, waarin de denkende geest v r a a g t : Hoe zal ik de eere Uwer majesteit, vertellen ? Op die vraag nu l u i d t het [antwoord: d O: o r d e w e t e n s c h a p . E n ook hierbij vonden we drieërlei richting t e bekampen:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Jaarboeken | 270 Pagina's