Acht-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 48
L
inkomsten reeds werkelijk aanwezig waren, d. w. z. t o t d a t de jaarlijksche rekening een voldoend batig saldo h a d aangewezen, d a n zou zij er denkelijk wel nooit kunnen komen. Op die manier is er vroeger trouwens nimmer gehandeld, ook niet bjj d© stichting zelve. Men is met het werk begonnen en men heeft d a t voortgezet, toen gebleken was van genoegzame sympathie in den kring |der Grerefoimeerden, in h e t geloof, *dat de middelen, ons dan uit Gods Vaderhand wel zouden toekomen, en in d a t geloof zijn we niet beschaamd. ~~^ Toen de Universiteit zou worden opgericht en spr. een hoogleeraars benoeming reeds had aanvaard^ werd er tot hem gezegd: Maar, w a t moet 'daarvan k'0™^en? Heeft men de middelen, die noodig zijn om een Universiteit in stand te houden? Immers neen. Ironisch werd zelfs gezegd, d a t spr. en de zijnen nog eens terecht zouden komen in de „Toevlucht voor behoeftigen" a a n de Passeerdergracht in Amsterdam; hem werd stellig verzekerd, d a t men het voldoende steunen van die universiteit op den duur niet zou volhouden. Doch al die sombere profetieën zijn niet verwezenlijkt, integendeel. Ons volk heeft voor onze Universiteit mildelijk gezorgd en bestendig gegeven. E n n a a r h e t oordeel van ^directeuren is die steun nog voor heel w a t uitbreiding vatbaar; immers 'zeggen zij in h u n verslag, niet te zullen rusten, vóór ieder G-ereformeerd belijder a a n de instandhouding van onze Uiyversiteit meewerkt. Dat wil zeker'heel w a t zeggen, want G-eref onneerde belijders zijn er hier te lande door Gods goedheid nog velen, niet alleen in, m a a r ook buiten „ d e Gereformeerde Kerken", en daaronder ook velen, die nog wel a a n de rq van leden of begunstigers zouden zijn toe t e voegenl. Er is wel in d e toekomst allerlei ziorg, ook die met h e t oog op hoogleeraren vner leeftijdsgrens nadert, jvaarbij spreker echter niet ö.an zich zelven denkt, w a n t te dien aaruzien is voor eene eventueele vacature reeds nu gezorgd, en voorts, zoolang God de Heere hem de krachten spaart, hoopt hij dei Vrije Universiteit te blijven dienen. ( A p p l a u s . ) Doch welke zorgen 'er ook mogen zijn, directeuren hebben goed gedaan met de h a n d te slaan aan het werk. Een Medische faculteit is zeer noodig. Niet alleen om a a n den zeer begrijpelijken wensch van velen te voldoen, d a t het a a n t a l Christelijke genèesheeren toeneme, die a a n het ziekbed niet staan als eert vreemde en ook in staat zijn een Christelijk woord t e spreken. Van hoeveel belang dat ook is, de hoofdzaak is h e t echter niet. Men moet niet alleen geloovige menschen hebben, een dokter die óók ^bekeerd is, doch leen man, wiens geloof ook op zijne 'wetenschap heeft doorgewerkt..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Jaarboeken | 270 Pagina's