Acht-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 17
XIX
»5, de benoeming en instructie van eene commissie, die toezicht houdt op het geldelijk beheer, de jaarlijksche rekening en verantwoording van het bestuur naziet en beoordeelt, en van hare bevinding verslag doet in de gewone jaarvergadering, aan wier goedkeuring die rekening en verantwooi-ding onderworpen is; »6. de beslissing over voorstellen van het bestuur tot het aangaan van eene overeenkomst, als in art. 3 [van de Statuten] bedoeld is, en voorts over alle voorstellen tot verandering in de statuten of tot' ontbinding van de Vereeniging, met inachtneming van hetgeen te dien aanzien bepaald is in art. 40, art. 11 en art. 12 [van de Statuten]; »en 7. het geven van consideratiën en advies over alle andere zaken, die door het bestuur, of met vergunning van de vergadering, worden ter sprake gebracht." ABT.
10.
' De orde van werkzaamheden wordt voor elke vergadering door het bestuur der Vereeniging vastgesteld; behoudens het recht der vergadering zelve, om door aanneming eener vooi'gestelde motie van orde daarin wijziging aan te brengen. Na afloop der werkzaamheden zal telkens aan de leden der vergadering nog gelegenheid gegeven worden tot het vragen van inlichtingen, het maken van opmerkingen en het doen van voorstellen; alles voor zooveel het zaken betreft, die door of in de algemeene vergadering mogen worden behandeld of ter sprake gebracht. ART.
11.
Het jaarverslag loopt over het laatstverloopen burgerlijk jaar. Bij de behandeling daarvan kan in elke jaarvergadering, tot handhaving van het in art. 2 van de Statuten der Vereeniging uitgesproken beginsel, besloten worden tot het benoemen eener commissie van enquête, indien een daartoe strekkend voorstel door minstens twaalf leden der vergadering wordt gedaan, met schriftelijke en nauwkeurige opgave van de zaak waarover onderzoek verlangd wordt. Zoodanige commissie bestaat uit negen leden, waarvan twee door het bestuur der Vereeniging en twee door de curatoren van de scholen der Vereeniging uit hun midden benoemd worden, en de overige vijf gekozen worden door de vergadering zelve uit de leden of begunstigers der Vereeniging, welke door eene inrichting voor Hooger Onderwas gegradueerd zijn en lid zijn van eene kerk, behoorende tot het kerkverband der Gereformeerde Kerken in Nederland. Voor de laatstbedoelde benoeming doen de voorstellers der enquête eene voordracht van vijf personen, die echter door de vergadering, op voorstel van één of meer harer leden, kan worden uitgebreid. Alle inlichtingen, die aan deze commissie noodig of wenschelijk voorkomen, worden haar door directeuren, curatoren en hoogleeraren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Jaarboeken | 270 Pagina's