Acht-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 39
XLI
menigte een geestdriftig applaus op, gevolgd door h e t aanheffen van Ps. 134: 3. Daarna, nam de Voorzitter het woord en verzocht de schare te zingen Ps. 89: 7 en 8. N a d a t d i t geschied was, werd Ps. 145 voorgelezen en ging de Voorzitter 'in den gebede voor. Door den Qvergrooten toeloop was het niet gelukt, de ledenbiljetten in t e nemen, zoodat deze bij den aanvang der vergadering moesten worden opgehaald. Daarna nam de Voorzitter het woord en zei het een voorrecht t e achten, zeer door hem op prijs gesteld, d a t heeren Directeuren de laatste maal, -dat daarop voor spr. uitzicht bestond, hem de leiding van deze vergadering hadden opgedragen. De herinneringen a a n het verleden vermenigvuldig.en in 'een uur als d i t ; terugdenkend a a n de leerste jaarvergadering, rijst de gedachte op: 'hoe klein, hoe gering waren we toen! Wie buiten stonden, dachten 'aan de aemechtige Joden, die onder Nehemia den tempel bouwden; men vroeg, of het niet de waanzin van den overmoed was, die ons b a d aangegrepen. Slechts drie professoren i n de Theologische, en slechts (één in de Juridische' faculteit; allen nog van Ijeugdigen leeftijd; zonder wetenschappelijke lauweren; 'een hunner irwam pas van de hoogeschool. En wie toen zou gevraagd liebben, of er uitzicht bestond een nieuwen hoogieeraar a a n h e t viertal toe te voegen, hij zou ten antwoord hebben ontvangen: neen! Doch reeds i'n een van d e eerste samenkomsten der hoogleeraren werd de vraag gedaan, of men den heer Woltjer kende. Niemand lonzer h a d nog van hem gehoord; en' op de verzekering, d a t hij èh knap èn goed G-ereformeerd was, volgde een ontmoeting met dezen en bleek hij de rechte man op d e rechte plaats. Het onverwacht opkomen van deze morg-enster gaf ons h e t gevoel, 'dat God de Heere onze stichting zegende. Zonder d a t wij er iets van vermoedden, was deze man voor zijnj t a a k 'tjoebereid, en werd hij ons op het juiste' oogenblik geschonken. We gingen dus voort m e t nieuwen ijver en nieuwen moed. Toen kwam de doleantie. Bij de vele onjuistheden en onwaarheden, die destijds werden rondverteld, oan eigen gedrag te rechtvaardigen en op ons een blaam te leggen, is ook h e t gerucht rondgedragen, alsof wij die doleantie g e m a a k t hadden ten behoeve 'vaar die Vrije Universiteit. Ik weet niet, of ik ooit weer de gelegenheid zal hebbep. tegen die valsche voorstelling- te protesteeren, en idaaroto doe ik het nu met allen nadruk. Zij, die i n die jdagen mee d e leiding vanj den kerkelijken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Jaarboeken | 270 Pagina's