Acht-en-twintigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 42
XLIV
Gereformeerde beginselen gesloten; kwam zoo iemand op de weeg-schaal, en merkte men d a t hij de G-ereformeeirde beginselen beleed, men nam. hem van de schaal af, men w o o g hem niet eens. DJe strijd was zwaar op universitair gebied; maar zwaarder nog by de ,igynmasia en hoogere burgerscholen, en 't allerzwaarst in den kring- van het lager onxierwijs. W a n t hier- en daar h a d men onder de hoogleeraren nog wel een nobelen geest, die niet behoorde t o t de vereerders van het i-nonopolie; m a a r i n die lagere kringen was h e t uitgemaakt, daar vroegmen naar niets meer; d.aar wist men van niets dan van d e officieele wetenschap. We badden dus op t e roeien tegen geheel de strooming en in dien breeden kring niet alleen op te komen en ruim baa-n t e maken voor onze eigen overtuiging, maar ook t e t r a c h t e n het vrije, zelfstandige leven der wetenschap t e herstellen; voor de wetenschap: souvereiniteit in eigen kring. In de tweede plaats vonden we de a 1 b e m o e i i n g v a n d e n S t a a . t op onzen weg. I n onze oude republiek had de Universiteit een eigen organisatie met eigen rechten, maar onder 'den zweepslag van de Fransöhe Eevolutie werd 'dat anders. De benoemingen kwamen a a n den S t a a t evenals de inrichting van" 't onderwijs:, jen daartegen werd de Staatsbuidel opengezet; we kregen dus met de zware en ondraaglijke geldconourrentie te doen. Tegenover haar konden Avij plaatsen de vrije liefde en de mildiieid van h e t volk. Maar welk volk? Zeker, er waren enkele aanzienlijken onder, 'die mildelijk bij^droegen; maar overigens was ook onder ons het woord waar, d a t de heilige Apostel • sprak van de gemeente van Corinthe: „niet vele rijken, niet vele edelen, niet vele aanzienlijken." Dat is mij altoos geweesti en zal blijven de 'eere voor ons volk, dat onze kleine burgerij, onze arbeiders zelfs voor de wetenschap zóó mild hebben gegeven, d a t h e t ons ^an niets heeft ontbroken. \ Ten derde kwamen we te s t a a n tegenover een o n ; j u i s t i e p r e t e n t i e v a n d e K e r k . De Ned. Herv. Kerk, welker bestuur sedert 1878 het recht had van benoeming van Theologische professoren, stond in den iweg. Y/elke geest zat en zit daarbij' voor, zelfs nu nog? Toen pnlangs 'verzocht weid op een vacante hoogleeraarsplaats nu toch óók eens een man van Gereformeerd belflden te benoemen, werd d i t verzoek van de hand gewezen. Te denken, dat, zóó kort n a 1876, er ooit kans kon zijn geweest om in zulk een plaats een G-ereformeerde benoemd te krijgen, was dan. pok een klare ongerijmdheid. Ook op eigen terrein hadden we moeite. I n G-ereformeerde kringen kwam soms h e t denlcbeeld op, alsof geheel de weten-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Jaarboeken | 270 Pagina's