Dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 36
XXXVIII
verzet van liet volk tegen een tyrannieikeii en despotischen vorst a c h t t e Calvijn niet geoorloofd. Al mag Calvijn daarbij in enkele consequenties wellicht te .ver zijn gegaan, zegt Spreker, toch moet gewaardeerd, dat Calvijn aldus een dam opwierp tegen de revolutionnaire strooming, die destijds door Europa liep en ook in de kringen der 'Hervorming ingang vond. De Eenaissance leidde terug naar Athejie en Eome, waar het volk souverein was en tyrannenmoord verheerlijkt werd. In de kringen der Humanisten bleven deze denkbeelden louter theorie en bespiegeling; maar toen de Reformatie aanbrak, werd het vraagstuk bloedige ernst. De bangste en wreedste tyrannie werd door de vorsten geoefend tegen de belijders der nieuwe religie. Toen la^g het gevaiar voor de hand, d a t de' revolutiegeest ook onder de vervolgden komen zou. Zwiiigli beval metterdaad gewelddadig verzet van liet volk tegen' de Overheid aa,n. Melanchthon e n ' Beza keurden zelfs den tyrannenmoord goed. Maar Calvijn hield tegen de revolutionaaire strooming s t a n d ; hij keurt niet alleen den tyrannenmoord af, maax wil ook niets weten van verzet van het volk tegen de Overheid, zelfs a l is deze tyranniek, en hij handhaaft' h e t Apostolisch woord: alle ziel zijn den machten, die over haar gesteld zijn, onderdanig. Maar hoe beslist Calvijn zoo aan de eene zijde voior de handhaving, van het gezag 'opkwam, waarbij natuurlijk n i e t vergeten mag worden, onder welke omstandigheden Calvijn optrad, niet minder beslist is Calvijn a.an de andere zijde opgetreden voor d e v r i j h e d e n v a n h e t v o l k . Een voorstander van h e t vorsten-absolutisme was hij nooit. Daar ligt de scherpe grenslijn, idie Calvijn vian Luther scheidt. Het Calvinisme heeft daarom' in alle landen, waar h e t den toon aangaf, de ;volksATÜheden beschermd en gehandhaafd, tervv^ijl in de Luthersche landen h e t despotisme heerschte en het volk geknecht bleef. Daarop doelde Groen,, toen hij zeide: Stahl was Lutheraan, ik ben Calvinist. Spreker toont dit aan, in de eerste plaats door te laten zien, hoei Calvijn van 'een o n b e p e r k t e macht der Overheid niets weten w i l ; die m a c h t is beperkt door billijkheid en gerechtigheid, want de Overheid is gebonden a a n Goids Woord. Terwijl de Luthersche rechtsgeleerden uit I Sam. 8 afleiden iiet jus regium, h e t r e c h t des konings, verklaart Calvijn juist omgekeerd, d a t Samuel d i t als bedreiging aan h e t volk voorhoudt, m a a r dat een kioning, die zoo regeert, misbruik inaalvt 'van zijn macht, en rechit en billijkheid vertreedt, daaa- Gods wet^ van de Overheden soberheid en matigheid eischt. ïêi^fÊS, Niet minder scherp' komt dit verschil, in de tweede plaats,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Jaarboeken | 258 Pagina's