Dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 38
XL
nen. Zoodra de Overheid iets beveelt, wa,t natar onze overtuiging in strijd is met Gioids Woord, m.ag mem jaan de Overheid nieti gehoorzamen. J u i s t p m d a t de Overheid, h a a r gezag' alleen a a n God ontleent, verliest ze h ^ r gezag en wordt, gelijk Calvijn h e t uitdrukt, een gewooji m' e n s c h, wanneer ze tegen Gods Woord ingaat. Dat is het grc^otej beginsel der resistentia passiva, Van h e t lijdelijke verzeï, d a t door Calvijn a a n het slot zijner Institutie wordt uitgesproken. Wel weeü Calvijn, d a t dit lijdelijk verzet den toorn der Overheid zal opwekken en de geloovigen op veel bittere vervolging t e s t a a n zaü komen, maair, zoo zeigü hij, „W5 moeten liever alles lijden, d a n d a t we voor de vreeze Gods zouden wijken". Ten slotte behandelde de spreker nog de vraag, welke taak Calv:Qn de Overheid ppdroeg tegenover de religie. De groote verdienste van Calvijn op d i t p u n t ligt hierin, dat' hij 't eerst scherp onderscheiden heeft tusschen de beide sferen van Staat ten Kerk en a a n ©Ik een zelfstandig bestaansrecht heeft geschonken. De regeering der Kerk r a a k t den inwendigen mensch f>f de ziel, de regeering' der Overheid de burgerlijke !en uitwendige rechtvaardigheid der zeden. Van een regeering van de Overheid door d e Kerk, zooals Rome wilde, was Calvijn even afkeerig als va.n eeh overheerschin^ van de Kerk door d e Overheid, gelijk Luther en Zwingli dreven. Heti eerste is in confesso en wordt door ieder historiekenner toegestemd. De laster, d a t Calvijn te Geneve een dominocratie zou hebben ingevoerd, waarbij hij zelf, gelijk Galiffe het uitdrukte, als pontifex tyran, als opperpriester, de Overheid zou getyranniseerd hebben, is ;reeds lang weerlegd. Moeilijker is het tweedel te bewijzen, lomdat onder Calvijn's goedvinden de Overheid te Geneve metterdaad gi^ooten invloed pp de Kerk oefende, d e Kerkenorde vaststelde, de ambtB^dragers der Kerk aanwees, enz. Maar d i t neemt n i e t we'g, d a t Calvijn' in zijh Commentaar p ö Amos zeer beslist heeft afgekeurd, d a t men in Engeland den koning ilendrik VIII s u m m u m c a p u t E c c l e s i a e s u b C h r i s t p, h e t ppperhoofd der Kerk onder Christus, noemde, en de Duitsche Vjorsten beschuldigde, d a t ze in de Kerk zich een recht aanmatigden, d a t bun n i e t toekwam. Maai* al heeft Calvijn beide sferen onderscheiden, tbch heeft hij aan de Overheid pok leen roeping tegenoverlde Kerk tloegefcemd. Als dienaresse Gods was de Overheid volgens hem geroepen niet -alleen de tweede, maar ibok de eerste tafel der wet tie handhaven, en moest ze daarom lalle openbare godslastering, ketterij, enz., straffen. En niet alleen deze negatieive t a a k h a d de Overheid volgens hem, m a a r ze moest ook zorgen, dati er een openbare
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Jaarboeken | 258 Pagina's