Dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 37
XSXIX
daarin uit, d a t Calvijn, al ontzegt hij aian het volk h e t recht tot verzet teg'en een tyrannieken vorst, dat recht vfel toekent aan de magistratus inferiores, de lagere Overheid, met name aan de Staten van het rijk. Zelfs verklaart Calvijn, d a t ze u i t kracht van hun ambt gehouden zijn, voor de vrijheden des volks op t e komen tegen vorstendespotisme, en dat, indien ze dit niet doen, ze hun a m h t verraden. Dat recht leidt. Calvijn daaruit af,.»» dat ook deze lagere magistraten hun aanbt en gezag niet vaii den vorst, maiar van G o d ontvangen hebben, zooals zeer duidelijk blijkt uit een overigens niet juiste exegese van I Petrus 2:13, waar Calvijn verklaart, dat ook de stadhouders door G o d gesteld waren. En Calvijn heeft deze gedachte niet alleen in theorie uitgesproken, maar ook in de practijk steeds gehandh.aafd. Toen de Hugenoten in Frankrijk zich t o t verzet opmaakten, keurde Calvijn dit verzet wel af, wanneer h e t van het volk uitging, maar niet, als de prinsen van den bloede zich a a n h è t hoofd stelden. Luther daarentegen wilde van d i t recht der magistratus inferiores niets weten, was zelfs tegen h e t Smalkaldisch verbond en meende, dat, als de Keizer beval de Protestanten te dooden, de vorsten d a t bevel eenvoudig t e gehoorzamen hadden. In de dende plaats heleft Calvijn, al erkent hij, d a t elke regeeringsvorm op zich zelf goed kan zijn en geëerbiedigd moet worden, toch zijn sympathie nooit verholen voor den republikeinichen regeeringsvorm V/el mag hierbij niet vergeten worden, d a t 'de c o n s t i t u t i |0 n e e 1 e monarchie destijds nog niet bekend was en de monarchie hetzelfde beteekende als autocratie, vorstendespotisme en willekeur, en Calvijn's afkeer van de monarchie daaruit te verklaren is. Maar uitdrukkelijk verklaart hij, d a t de regeering liefst niet bij één, maa.r bij meerderen moet staan, om. misbruik te voorkomen; en a c h t hij, d a t die s t a a t h e t best is ingericht, waar niet de persoonlijke wil van den vorst, maar de w e t heerscht, het volk zelf zijn overheden verkiezen mag en de Overheid a a n h e t volk rekenschap schuldig is. Dat Calvijn daarbij aan den zo'pge.iiaamden aristocratischen regeeringsvorm boven den democratischen den voorrang gaf, is juist, mits men maar niet vergete, d a t vooreerst hier onder aristocraten niet verstaan wordt de aristocratie van geld of adel, maar de heerschappij' der besten en edelsten, die uitmunten door geestelijke gaven, en ten tweede, dat Calvijn altijd en beslist ef op aandrong, d a t de k e u z e der Overheid door het v o l k gcsohieden zou. En in de vierde plaats heeft Calvijn een grens en limiet voor de Overheidsmacht -^angewtezen in de conscientie der onderda-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Jaarboeken | 258 Pagina's