Dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 35
XXXVII
erger d a a h e t d i e r ; als uitgehongerde Wiolven, zegt Calvijn, zouden de menschen elkaar verscheurd hebben. Om die corruptie der n a t u u r tegen te gaan,. stelde G,od de Overheid in en bekleedde h a a r m e t Zijn Igez^g. Calvijn erkent, dat in dezei instelling der Overheid dus' eenerzijds een beperking en b a n d ligt, maar te gelijk eert hij in h a a r een uitne^mende gave der gemeene gratie, een medicijn tegen de krankheid, zojider welk^ geen samenleven mogelijk zou zijn. Vandaar, d a t hij in zijn Institutie zoo scherp de Wederdoopers bestrijdt, die meenen, d a t onder Christenen geen Overheid nooidig is. Hun s t a a t van volmaaktheid noemt Calvijn een utopie, een droombeeld. We hebben op aarde met zondige menschen t e doen en daarvoor is een Overheid noodig. Wie de Overheid weg Wil nemen, is eten publicus hostes humani generis, een publieke vijand van h e t mensohelijk geslacht. Daarom is de Overheid als gave Godis aan den mensch' zeer hoog te e eren. Tegen de middeneeuwsche opvatting, onder inwerking van Augustinus ontstaan, alsof de Overheid een werk van den duivel is en de S t a a t een heidensche 'mia,cht, die eerst door onderwerping a a n de Kerk moet geheiligd worden, stelt Calvijn, d a t niet Satan, maar God'de Auteur der politieke orde i s ; dat h e t gezag der Overheid niet djoor middel vè.n d e Kerk, ma,ar rechtstreeks van God ontvangen wordt, en roemt hij!'daarom^ het Overheidsambt als een w e t t i g en h e i l i g ambt. Op welke wijze die Overheid historisch geworden is, laati Calvijn rusten. De leer van h e t pnderwerping'sverdrag, d a t het volk zelf bij verdrag zich aan de Overheid onderwierp, vindt men bij Calvijn nergens. Zelffe veroordeelt hij het^ als men al te minutieuzelijk onderzoek doet, hoe het Overheidsgezag ontstiond.' Het is voldoende, dait de Overheid eï i s en onder Gods voorzienig bestel t o t stand is gekomen. Ook de vraag, welke regeeringsvorm de beste is, l a a t Calvijn, wat de gezagscLuaestiei betreft, onverschillig. Het is toch niet zo.o, d a t in de monarchie de vorst regeert bij de gratie Gods en in d ö republiek de magist r a a t bij de gïatie vain h e t volk; ih beide', in monarchie eji republiek, heerscht de Overheid alleen, omdat h e t gezag door God op h a a r is gelegd. Omdat de Overheid vicarius Dei, lieutenant dei Dieu, stedehouderesse Gods is, zijn de onderdanen ook aian de! Overheid volstrekte gehoorzaamheid verplicht. Spreker toonde aan, juist omdat men Calvijn zoo dikwijls in dit opzicht verkeerd beoordeeld heeft en van revolutionnaire neigingen heeft beschuldigd, hoe Calvijn juist omgekeerd h e t gezag zeer hoog' heeft gehouden en eer in tegengesteilde richting t e ver is gegaan. Zelfs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Jaarboeken | 258 Pagina's