Dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 24
XXVI
van goedheid, genieten van schoonheid en kehnen van waarheid; ons menschelijk zieleleven, in het religieus-ethische, in kunst en i n wetenschaip gecultiveerd. Deze tweeërlei cultuur is een scheppingsordinantie. D a t weten wij u i t h e t tweede hoofdstuk van Genesis. Van een ordinantie der H e e r e n aan den mensch tot i d e ë e 1 e cultuur leest ge in Genesis II in d a t door ,den paradgs-raensch namen geven aan het gedierte des velds en het gevogelte des hemels. Daarin toch bearbeidt hij en ontwikkelt hij w a t de natuur hem g'egeveü heeft, wat door God hem is ingeschapen, — zijn waarnemingsvermogen en denkkracht, zijn kennen van de wereld, zijn vermogen t o t spraak en taal. Maar in datzelfde tweede -hoofdstuk van Genesis lezen wij ook van 's H e e r e n ordinantie aan den m e n s c h , t o t m a t e r i e e l e cultuur en wel in d a t den .mensch zetten in den hof van Eden om dien t e b o u w e n en te b e w a r e n. Te bouwen,, d a t is te bearbeiden, te cultiveeren; maar ook, en. daarin ligt een rijke openbarings-gedachte, te bewaren tfegen een gevaar, d a t bij de bearbeiding den hof van buitenaf dreigt, en d a t niet anders kan zijn dan d a t der inwerking u i t de wereld der gevallene geesten, der inwerking van Satan en de zijnen, die loerden op en om het paradijs. En de openbarings-gedachte, die in d a t bewaren ligt^ is nu daarom zoo r^jk, omdatt bij' dö jdeëele cultuur, waartoe de mensch ook n a den val is geroepen, zeker niet minder dan bij de materieele in Eden's hof, gevaar van inwerking van d e machten des verderfs dreigt, een gevaar des tegrooiter nog, wijl, sedert den val, de z o n d e u i t de wereld der engelen ook inkwam in de menschenwereld, iets, w a t n a a s t h e t bouwen het bewaren zeker niet minder noodig maakt. Dank zij Gods gemeene gratie, kan de menschheid blijven bouwen ook op h e t gebied van de ideëele cultuur, kan de mensch blijven cultiveeren of beai'beiden zijn geestelijke wereld, maar, om' mij thans niet t o t de kunst en de «choonheid, maan sleehts t o t de 'wete^nschap en de waarheid t e bepalen, hoe is door d e eeuwen heep. h e t waarheidsgehalte der wetenschapi telkens vermengd met de dwaling! Het wetenschappelijk bedr'ijf richt zich op h e t zoeken en vinden van w a a r h e i d , d a t is hier: de overeenstemming tusschen denken en zijn, gedachten len werkelijkheid, tusschen ;ons kennen en onze wereld. Dan, om'da,t men, bij het zoeken naar de waarheid, zijn waarnemen en denken niet h a d e w a a r d , niet genoegzaam h a d bewaard voor -de zopide in eig^en h a r t en voor de inwerking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Jaarboeken | 258 Pagina's