Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 48

3 minuten leestijd

XLVI

Sprekers vraag vindt haar aanleiding in een tweetal .opmerkingen, die hij meent te hebben opgevangen. Hij acht, d a t Prof. Woltjer vooral aan de taal dacht, toen hij zeide, dat er slechts schijnbaar een diametraal verschil bestaat tusschen de Nieuw-Testamentische en de Hellenistische wereld. Voorts noemde Prof. Woltjer de taal van het Nieuwe Testament Hellenistisch. Nu stelt spreker zich allerminst op h e t verouderde standpunt, d a t we in h e t Nieuw-Testamentisch Grieksch hebben een bijzonder iets, d a t als h e t ware uit den hemel zou zijn gevallen en in geenerlei verband staat met de Hellenistische taal. Integendeel, de onderzoekingen der twee geleerden, wier namen O'ok Prof. Woltjer noemde, Deissmann en Moulton, hebben overtuigend aan het licht gebracht, d a t er zeer groote overeenkomst is tusschen het Grieksch van h e t Nieuwe Testament en het gewone Hellenistische. En naar sprekers oordeel is juist de hooge waardij der studie van Prof. Woltjer hierin gelegen, dat hij die resultaten van nieuwer onderzoek h e t eerst in onzen kring heeft binnengeleid en er h e t licht van onze beginselen op heeft laten vallen. Wat spreker bedoelt, kan het best worden toegelicht door h e t voorbeeld uit de Oxyrhynchus Papyri, d a t ook Prof. Woltjer gebruikte, het briefje van den ondeugenden Theon aan zijn vader. Waarom is d a t briefje voor de studie van h e t Nieuwe Testament belangrijk? Omdat er enkele vormen in voorkomen, die men ook aantreft in sommige handschriften van h e t Nieuwe Testament. Maar zeker niet om den inhoud. En dat is het punt, waar 't op aankomt. Naar sprekers oordeel is taal in de eerste plaats een systeem van gedachten. Daarom vraagt hij: is h e t niet ietwat te sterk gesproken, als m'en de taal van het Nieuwe Testament Hellenistisch noemt, daar wel het omhulsel hetzelfde is als d a t van h e t profane Grieksch uit die dagen, maar de kern, de inhoud niet anders is dan de Goddelijke openbo.ring? Misschien werpt men spreker tegen, dat men toch de wo'orden in den gewonen zin heeft t e gebruiken en d a t onder t a a l ieder verstaat een bij elkander behoorenden schat van woorden, zinswendingen, enz. Doch daartegen merkt spreker op, d a t de Schrift ook anders doet. Hij denkt met name aan Ps. 114. Daar lezen we, d a t God Israël verloste van h e t volk, da.t een vreemde t a a l had. Gaat men h e t verband na>, dan kan d a t moeilijk be teekenen, d a t Israël werd bevrijd van de Egyptische taal, genomen in den lageren zin. Maar in dezen ps.alm zal men bij taal wel in de eerste plaats m'ofeten denken aan de Egyptische, Gode vijandige gedachten wereld. Waar nu de Schrift ons zoo voorgaat, daar vraagt spreker: verdient het wel aanbeveling, de taal van h e t Nieuwe Testament zonder meer Hellenistisch te noemen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Jaarboeken | 259 Pagina's

Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 48

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Jaarboeken | 259 Pagina's