Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 35
XXXIII
Daarom is onze school een eenige in ons vaderland onder a l de; hoogescholen. Daarom zijn er bij ons niet maar enkele mannen, die, omdat zij zelven wel zoo willen, in gehoorzaamheid ook in hun denken buigen voor den Heere, gelijk die zich heeft. geopenbaard in natuur en Schriftuur, zooals dat steeds mogelijk blijft aan de overheidascholen; maar onze school is de eenige in 'Ons vaderland, welke voor al haar onderwijs aan dit uitgangspunt is gebonden. Wij danken onzen God, dat Hij door Zijne genade ons daartoe b r a c h t en ons tot dusverre daarbij bewaarde. Laat dan tegenover de daareven genoemde gevaren nu het verbond en de eed van trouwe worden hernieuwd aan de oude, beproefde leuze. Laat ons straks van hier galan met de overtuiging: zoo moet h e t ; en het voornemen: door G-ods genade zal het zoo zijn bij o n s ! Slechts één bezwaar zou er misschien nog kunnen wezen; en wel, dat alzoo de rijen zouden kunnen dunnen en de invloed worden verzwakt. Ten aanzien van dit laatste wijs ik op wat daareven ovei dat opschuiven naar links door mij is gezegd. Want d a t voorbeeld leert ons wel anders. Immers vanwaar dit schuiven anders dan daarvan, dat aldaar ééne groep van mannen is, diei rusteloos en aldoor scherp en klaar hun beginsel naar voren schuiven en door de handhaving er van de anderen tot al verder voortschrijden dwingen? "Voor wat het eerste aangaat herinneren wij aan den naam van den man, die onder allen, die Vóór en met en na hem de banier van het Evangelie in' tegenstelling met de Revolutie omhoog hebben geheven, eene plaats der eere inneemt en zal blijven innemen. Gij noemt zelven reeds Groen van Prinsterer. Diens leuze w a s : in ons isoletoient ligt onze kracht. Hij nam.' dat woord „isolement" niet in den zin van enghartig separatisme, maar in dien van volstrekt vasthouden aan het beginsel. Die heeft eenzaam zijn gekend. Nu zestig jaren geleden, iimmers op I Juli 1850, ving hij de uitgave aan van zijn dagblad ,,De Nederlander". Vijf jaren lang heeft hij, dag aan dag schrijvende en polemiseerende, zijn beginselen daarin uiteengezet en verdedigd. Schijnbaar zonder vrucht; want eindelijk moest de arbeid worden gestaakt. Zijn gansche oogst scheen t e zijn smaad, hoon, diepe verachting van de zijde dergenen, die hem tegenstonden om het nuttelooze van zijn streven. Veldheer zonder leger scheen wel de juiste teekening van zijn positie. En nu, ziet om u, monstert in uwen geest de vele honderden en duizenden die met ons staan in den lande; en ge merkt, hoe ongemeen de Heere deze trouw a a n de beginselen met zegen heeft willen kronen. Zullen vvTJ dan aarzelen, versagen, o-m' ons betrekkelijk altijd 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Jaarboeken | 259 Pagina's