Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 36
XXXIV
nog kleine g e t a l ; eü h e t gevaar van vermenging vergeten ter wille van de aanwinst van wellicht niet weinigen, wier h a r t ons beginsel niet deelt? Immers neen, daar wij alzoo niet slechts o n s zelven schade zonden doen, maar ook den anderen geen voordeel. Alleen in onze beginseltrouw kan nog een grond van verwachting schuilen, d a t wij hun ten goede zullen kunnen zijn. Meerdere voorbeelden breng ik niet bij. W a t ik noemde, is; » voldoende om klem bij te zetten aan de opwekking: laat ons niet versagen. L a a t h e t bij ons zijn, naeer en imeer worden: ook wij zoeken kracht in isolement, in vasthouden aan de beginselen, die de Heere ons gaf te kennen en te belijden. Dan z a l onze arbeid zijn ons en den onzen ten zegen; ten welzijn ook nog van degenen, die om ons zijn; en bovenal — hooger is e r niet noch heerlijker — tot verheerlijking van den nooit genoeg geprezen Naam van den Heere onzen God! Ik heb gezegd. *
*
*
De rede van den Voorzitter werd levendig toegejuicht. Na de voorlezing van de presentielijst kv/am het jaarverslag' over 1909 in bespreking. Prof. Fabius, met applaus begroet, maakt de opmerking, d a t h e t jaarverslag enkele dingen leert, waarop de aandacht wel ecDs met nadruk mag worden gevestigd. Spreker heeft er u i t gelezen, d a t over h e t geheele land, in alle provinciën, h e t a a n t a l ledeïi en begunstigers is achteruitgegaan, behalve in Zeeland;, daar gingen wij vooruit. Spreker noemt verschillende plaatsen, waar z. i. wel wat meer voor de Vereeniging kon worden g e d a a n ; andere, waar blijkbaar de liefde voor de Vereeniging ^ich in daden sterker uit. Hij wekt op t o t meerderen ijver; we moeten, ook met het oog op onzen arbeid, in geheel het land vooruit. Prof. Eutgers wenscht allereerst dank t e brengen voor de hartelijke woorden, hem door den Voorzitter toegesproken, en voor de zegenbede, hem door de Vergadering toegezongen. Spreker is er nu toe gekomen, emeritaat aan te vragen, wijl zijn levensjaren klimmen en jongere krachten in het werk moeten ingaan. Toch zal hij niet allen arbeid opgeven; integendeel hoopt hij nog te blijven werken en strijden, ook voor de Vereeniging en haar school (applaus). Spreker sluit zich aan bij h e t woord van Prof. Fabius, die er te recht op wees, dat onze kracht ligt in den breeden kring van belangstellenden in den lande. Van onze leden en begunstigers moet het komen, en 't lijkt wel of de Rotterdamsche vrienden d a t aanschouwelijk hebben willen voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Jaarboeken | 259 Pagina's