Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 44
XLII
vindt men in Duitschland een soortgelijke vereering van al wat klassiek is, een vereering, waaraan Schiller's bekende g e d i c h t : ,,Die Götter Griechenlands" op dergelijke wijze uiting geeft, d a t duidelijk blijkt, hoe weinig zij met waar Christelijk geloof is t e vereenigen. Thans heeft dat uit. De k l a s s i e k e p h i l o . 1 0'g,ie z e l v e is haar object van onderzoek — de a.ntieke wereld — meer nuchter gaan beschouwen, en heeft het begrijpen gesteld boven de bewondering. De a n d e r © w e t e n s c h a p p e n hebben zich geëmancipeerd en van de Oudheid, waarin haar oorsprong is gelegen, thans' vrijwel geheel losgemaakt. En eindelijk d e p u b l i e k e o p i n i e : haar is de wereld der Grieken en Romeinen veeleer de donkere Hades, waar geen levend sterveling ooit den voet zet, dan een verloren tooverland, waaraian ze met heimvvee terugdenkt. De ontwikkeling der moderne cultuur, vooral de vooruitgang van techniek en natuurwetenschap, is aan a l l e historische wetenschap vijandig, maar in 't bijzonder aan die der Otidheid; de band met het verleden wordt niet meer gevoeld: een onoverbrugbare kloof scheidt de antieke wereld van het moderne bewustzijn. Het zou met het oog op deze omstandigheden gewaagd kunnen schijnen, thans hier over die antieke wereld te handelen, indien niet het Gereformeerde volk, door ondanks deze antipathieke strooming toch de oprichting van ©en leerstoel voor de klassieke letteren aan de Vrije Universiteit mogelijk te maken, bewezen had, dat er voor den biewust denkenden geloovige verband bestaat tusschen zijn geloof in de Schrift als het Woord Gods en de studie der heidensche Oudheid. Op dat verband wil spreker thans wijzen, en aantoonen, hoe eenerzijds het geloof in de Schrift van principieelen invloed is, voor onze opvatting der klassieke wereld, aan den anderen kanb bestudeering der heidensche Oudheid tot recht verstand dier Schrift onmisbaar i s ; daarbij echter heeft hij althans in hoofdzaak niet het oog op die Oudheid in hiaar geheel, maar bepaalt hij zich tot de nieuwe gegevens O'mtrent haar, die door de ontdekkingen van den laatsten tijd aan het licht gebracht werden. "Welke die ontdekkingen zijn, wordt met een enkel woord door spreker geschetst; afgezien van monumenten, zijn ostraka, inschriften, papyri de voornaiamste rubrieken, waaronder ze plegen, gerangschikt te worden. Hun inhoud is echter zoo veelzijdig en heeft zooveel nieuws opgeleverd, d a t 'men niet t e n onrechte spreekt van ©ene tweede Renaissance. Waar het hier op aankomt is dit, dat ze eensdeels ineer den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Jaarboeken | 259 Pagina's