Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 46

3 minuten leestijd

XLIV

1^. De Schrift als Goddelijke factor wordt weggecijferd op hurüanistisch standpunt en, in eenigszins anderen vorm. door de moderne ,,religionsgeschichtliche Ërklarung"; hierljij wordt het GhristendO'nï feitelijk heidendomj. Men vergelijke slechts ]jet werk van Soltau: ,,Das Fortleben des Heidentums in der altchristlichen Kirche" (1906), en de bespreking daarvan door Gruppe in de „Berl. Phil. Wochenschr." (1907, col. 305 e. v.), die opmerkt, dat wie nog vasthoudt aan de absolute waarde van h e t Christendom, te kort doet aan de eerste eischen van ware v/etenschap. 2°. Tlak daartegenover s t a a t de zienswijze, die de Schrift beschouwt als het eenige, waarmede ihoet gerekend worden; daarbij is wat er nog voor goeds gevonden wordt onder de Heidenen aan de Schrift ontleend, PlatO' b. v. een wijsgeer uit de Hebreeën, enz. Op dit standpunt is bestudeering der Oudheid alleen noodig en nuttig, voor zoover daarin noig sporen der ware religie worden aangetro-ffen, of ook, om, bij wijze van tegens celling, hare verdorvenheid te beter te doen uitkomen. Dit is het standpunt vaa vele kerkvaders, van Luther, en van tal van vrome Christenen tot op onzen tijd toe. Trots alle waardeering kunnen wij, Gereformeerden, o-ok dit niet aanvaarden, wijl daarbij noch de Schrift tot haar recht komt, noch. ook de Oudheid. 3*^'. Voor ons is alleen mogelijk een beschouwing, die, met behoud van b e i d e factoren van het probleem, vasthoudt aan de absolute waarde dder Schrift, maar wai daarbuiten .?taat niet wegcijfert, het veeleer beziet bij het licht dier Schrift, en zoo doet uitkomen, hoe ook in den ontwikkelingsgang der Oudheid de raad des Heeren wordt vervuld. Bezien we nu zoo ten slotte de antieke historie, dan blijkt steeds meer de groote beteekenis van het feit, dat zij besloten ligt tusschen de twee polen van de belofte, in het Paradijs geschied, en de vervulling dier belofte door de komst van den Christus in het vleesch en de kerstening van den Eomeinschen staat, die daarvan het gevolg is. Eerst schijnt de verlossing beperkt te zullen blijven tot I s r a ë l ; maar toch ontbreken in het O. T. de aanwijzingen geenszins, d a t het niet s t e e d s zoo zijn zal: men leze slechts de psalmen en profeten: alle geslachten der Heidenen zullen voor Gods aangezicht aanbidden; dat is steeds weer de grondtoon. Aldus is het vervuld, en reeds de Apostelen hebben God verheerlijkt, wijl Hij ook den Heidenen de bekeering gegeven Jiad ten leven. En wijl Israël als volk moedwillig daarvoor de oogen heeft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Jaarboeken | 259 Pagina's

Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Jaarboeken | 259 Pagina's