Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 49

3 minuten leestijd

XLVII

*

* * De inleider zegt allereerst Dr. Grosheide dank voor de door hem gemaakte opmerkingen. Hij wijst er op, dat hij op de vraag, met welke taal we in het Grieksche N. T. te doen hebben, m e t opzet niet nader is ingegaan, wijl hij dan noodzakelijk allerlei technische bijzonderheden h a d moeten ter sprake brengen, die hier minder op haar plaats zijn; hij bepaalde er zich daarom in hoofdzaak toe, de aandacht te vestigen op het feit, dat op de t a a l van het N. T. veelszins licht wordt geworpen door de ontdekkingen van den laatsten tijd. Wat nu de zaak zelve betreft — daargelaten of spreker zich precies zoo heeft uitgedrukt als Dr. G. meende — a c h t hij, d a t er tusschen den oppoinient en hem' geenl principieel verschil te constateeren valt, maar alles afhangt van het antwoord, d a t men g'eeft op de v r a a g : Wat is Hellenistische taal? Dat h e t N. T. geschreven is in het Hellenistisch Grieksch — de wereldtaal na Alexander den Groote — kan, gelijk spreker uitvoerig betoogt, bezwaarlijk ontkend worden: of mien zijn t a a l daarom kortweg de Hellenistische mag noe'men, is een andere vraag, die verband houdt men hetgeen men onder taal verstaat. Hier echter gaat spreker niet geheel met den geachben opponent mee. Zeer zeker zijn vorm en inhou.d niet los van elkaar, en is de inhoud van de boeken van het N. T. een geheel bijzondere; maar daaruit volgt geenszins, dat men in dit verband niet van Hellenistische taal zou mogen spreken. Een beroep op Psalm 114 gaat niet op. De nitdrukkingen t a a l en s p r a a k worden in de Schrift nu eens enger, dan weer ruimer genomen). Men denke slechts aan Esalm 19. Wat d e z e plaats aangaat, spreker durft hier geen exegese geven; maar z. i. legt Dr. G. in de woorden: „het volk, dat een vreemde taal had," iets, wat er niet mede bedoeld is; naar sprekers meening zeggen deze woorden eenvoudig, d a t in Egypte een t a a l werd gesproken, die voor Israël als volk vreemd — wijl niet Hebreeuwsch w a s ; een uitspraak in de profetieën van Ezechiël wordt door spreker aangehaald ter bevestiging zijner opinie. Na nogmaals zijn standpunt in deze quaestie breedvoerig t e hebben uiteengezet, merkt spreker ten slotte op, d a t het door Dr. G. bedoelde briefje zoo straks meer om een indruk te geven van h e t karakter der geschetste ontdekkingen, werd aangehaald, dan wel ter illustratie van het N. T. Overigens zijn er onder de gevonden documenten genoeg, die niet slechts voor enkele t a a l vormen, m a a r ook voor den inhoud van het N. T. belang hebben. * * *

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Jaarboeken | 259 Pagina's

Een-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Jaarboeken | 259 Pagina's