Drie-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 34
SXXIl
Enkele voorbeelden worden genoemd, waarbij de daad zfelf zoo vreemd is, dat reeds de leek twijfelt of d e dader wel niormaai was. Dat de psychiater dit beoordeelen moet, is eerst in den loop van de vorige eeuw als natuurlijk beschouwd. Achtereenlvolgens worden nu de verschillende opvattingen behandeld, die met name over de verhouding vap. misdaad en krankzinnigheid de heersohende z^jn geweest. I n h e t bijzonder wordt critiek geoefend op de beschouwingen van de zoogenaamde Italiaansche en de Fransche school, en aangegeven wordt, hoe men principieel tegen beide bezwaren moet maken. I>e psychiater moet als deskundige voor de rechtbank een man van ervaring ziJn en die ervaring toepassen, wanneer zijn. oordeel gevraagd wordt. Hij i s ' dan op zijn eigen terrein, en het is hem niet geoorloofd daarbuiten te gaan. Met name zal hij zich wachten voor een uitbreiding van zijn gebied, en hij mag niet i n de plaats van den strafrechter treden waar het normaal-psychologische vraagstukken geldt. Zeker mag hij' dat niet doen op grond van de bewering, dat hiJ, krachtens ziJp. natuurwetenschappelijke opleiding, daaj'toe meer geschikt zou ^zijn dan i. c. de strafrechter. W-el dient de jurist kennis te inemepj van de forensische psychiatrie en, meer dan tot hiertoe h e t geval was, van de psychologie. Ook deze spreker werd met applaus gedankt. ,De Voorzitter heeft met belangstelling naar den spreker geluisterd en wenscht o. m. op te merken,, <dat uit h e t woord „krankzinnigheid" duidelijk blijkt, d a t ons volk de bedoelde ongelukkigen reeds lang als krank van zinnen, als lijders, als patiënten heeft beschouwd. In, de tweede plaats wenschte spreker gaarne ingelicht t e worden omtrent het begrip toerekenbaarheid; er moet straf volgen, ook al is h e t kwaad bedreven onder den invloed van omstandigheden, of als waarschijnlflk gevolg van erfelijke werking. Hoe rekent de psychiater met het woord: „Die de zondeü der vaderen bezoekt aan de kinderen, tot i n het derde en h e t vierde geslacht"? In de derde plaats zou de Voorzitter er prijs op stellen, te vernemen, of naar het oordeel des inleiders er bij den rechter ook niet zou moeten gerekend ,worden met h e t advies der theologen, d a t niet minder dan h e t advies der medici voor den rechter waarde hebben Iran. Natuurlijk vordert de Voorzitter van den inleider niet op dit oogenblik een beantwoording zijner opmerkingen, doch; hoopt, d a t aan Prof. Boumaü. de gelegenheid zal geschonke;n worden, nader licht over deze, belangrijke vraagstukken te verspreiden. De inleider beaamt de opmerking betreffende h e t woord krankzinnigheid; in Duitschland heeft men 't zelfs willen overnemen, omdat het zoo juist uitdrukt wat bedoeld wordt. W a t de toe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Jaarboeken | 247 Pagina's