Vier-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 33
XXXVII
xeligie-s te z^u geweest. Die verhouding, waarin h e t Christendom zich heeft te stellen tegenover de niet-dhristelijke religies, wordt beheerscht door twee factoren. .De eene is h e t g-emeenschappelijke in beide, waartoe alles behoort, wat de algemeene openbaring omvat. Op d i t terrein vallen de anar logieën, die zoozeer kunnen frappeeren. De tweede factor is de tegenstelling- tusschen beide. Het scheidend elem.ent is groo-ter dan het gemeenschappelijke. Alle analogieën kunnen de klove niet overbruggen. In h e t Christendom ligt het wonder der bijzondere openbaring, zich culmineerend in den Christus, Daardoor is het licht in de duisternis, vrijheid in de gebondenheid, de eenige verlossingsreligie bij verlorenheid. Waai- nu h e t proces der dwaling voorts chrqdt, woirdt de t a a k der Zending zwaarder. Te meer, waar het heidensche wezeh h e t Christelijk denken zelf heeft aangetast. Daarom is helt grootste gevaar nog niet te duchten van een concurreerende missie van het humaniteits-christendom, die geen innerlijke kracht heeft, maar van de Religionsphilogophie in eigen kring. In h e t Christenland zelf moet de Zending worden g-esterkt niet alleen door een kerk, die trouw is aan h e t Woord haars Konings, maar ook door een Theologie, die u i t datzelfde Woord leeft. l i e t heidendom is een probleem ook voor d e wetenschap. En waaa- h e t denken van alle z^den zich op d i t probleem werpt, moge h e t Christelijk denken uit h e t absolute gieloof niet te laat komen. Met een krachtige opwekking daartoe wordt de rede besloten. Met toejuiching werdl de rede van den hoogleeraar beloond. De v o o m t t e r schonk gelegenheid t o t debat. Niemand maakte yan die gelegenheid gebruik. Alvorens de vergadering te sluiten, deelde de voorzitter mee, da.t van H. M. de Koningin h e t vO'lg'ende telegram was ontvangen: * Hare Majesteit, zeer gevoelig voor de door de leden uwer Vereeniging- aangeboden huidebetuiging en zegenbede, dankt u allen daarvoor welgemeend. Adjudant VAN TÜYLL. Vervolgens deelde de voorzitter mee, d a t De. B. van Schelven bericht had gezonden, de vergadering niet te kunnen bijwonen. Daarna werden, onder instemming der vergadering, woorden van dank fcot de ministers Heemskerk, Colijn en De Waal Malefijt gericht voor h e t goede, d a t zy voor land en volk tot stand hadden mogen brengen; rees, op verzoek des voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Jaarboeken | 254 Pagina's