Vier-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 30
SXXIV GODSDIENSTWETENSCHAP EN ZENDING
Prof. Sillevis Smitt begon met de opmerking, d a t in onae dagen twee evenementen op h e t erf der Theologie de aajidacht trekken: het snel op den voorgrond dringen der religionsgeschiohtliche Schule (School der vergelijkende godsdienstwetenschap) en de machtige beteekenis, die de wereldzending heeft verkregen. W a t de Zending betreft, heeft zich reeds een Zendingswetenschap ontwikkeld, die aan ondersciieidene universiteiten — thans ook aan de Vrije Universiteit — wordt beoefend. Zoo staan „Godsdienstwetenschap" en Zending niet meer als meer- of minderwaardig tegenover elkander. Veeleer hebben ze zich tegenover elkander te verantwoorden. Hierna wordt in de eerste plaats deze jongste theologisch.© richting in haar beteekenis en bedoelen geschetst. Dat de vreemde religies t o t voorwerp van onderzoek worden gemaakt, is volstrekt niet iets nieuws. Dit is juist aan de Zending te danken. Het leven ging ook hier aan de wetenscliap vooraf. Maar het nieuwe is, d a t deze wetenschap de heele Theologia wil beheerschen, terwijl zij zelve niet anders dan de toepassing; van de historisch-evolutionistisohe wereldbeschouwing op de Theologie is. De religionsgeschichtliohe metjiode wordt als de eenige weg aangewezen, waarin voor heel de Theologie d e waaxheid te zoeken is. Dit wordt met voorbeelden gestaafd. Deze school wil zich daarbij stellen op het standpunt der volslagen onvooringenomenheid, en verwerpt daarom allemetaphysica, al wat aprioristisch als absolute waiarheid zou gelden. Zoo kSiiL ook h e t Christendom niet de absolute godsdienst zijn, maar moet veeleer van alle bovennatuurlijke aankleefsels worden losgemaakt. Het moet uit zijn isolement worden uitgelicht, en als principieel met andere religies gelijkstaande verschijningsvorm in de rij der godsdiensten worden opgenomen, tei-wql dan de Keligionsgeschichte h e t wezen van het Christendom zal onderzoeken en waardeeren. Ze doet d a t voor de grondbeginselen van c r i t i e k, van a n a l o g i e en van o o r r e 1 at i v i t e i t . Daardoor m a a k t de historische methode alles relatief. Maar dit relativisme is de onttroning van het Christendom. Toch zoekt ze nog in zekeren zin een absoluutheid van h e t Christendom te handhaven. Dit wordt aan de hand van de voornaamste geschriften, vooral van d a t van E. Troeltsch, Die Absolutheit des Christentums und die Religionsgeschichte, uiteeD.gezet. Schleiermacher, Hegel en Ritschl hielden nog t e veel van h e t metaphysische vast of waren nog te speculatief. Men moet niet van een Entweder—Oder spreken van absolu-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Jaarboeken | 254 Pagina's