Vier-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 31
XXXV
tjisaie en relativisme, maar de synthese van beide in h e t probleem der geschiedenis. Zoo kan h e t Christendom de absolute godsdienst zgn, maar behoeft het niet te wezen. I n elk geval is het niet wetenschappelijk u i t te maken, maar geldt h e t een zaait van persoonlijke overtuiging. Het Christendom, kan echter gerust wezen. Bovendien, daar is een naïeve absoluutheid, die wel geen stand houdt, maar toch meer is dan een waan. Daartoe keert de mensch gedurig terug. Maar alle dogmatische absoluutheid moet als onhoudbaar gerekend worden. Bij de critiek op deze school wordt gewezen op de zelfmisleiding, waaraan zij zich schuldig maakt, daiar zq, schijnbaar een' objectief standpunt innemende, van u i t subjectieve vooropstellingen redeneert en, het dogma buitensluitende, zelf weer van een dogma feitelijk uitgaat, het dogma der relativiteit van h e t Christendom. Toch is het merkwaardig, hoe h e t Christendom' den modernen denkenden mensch te sterk blijkt en hem niet loslaat. De mannen, die aan h e t Christendom het meest vernielend werk verrichten, treden toch weer als zijn apostelen op. Het duidelijkst blijkt dit u i t de positie, die deze school tegenover de Zending inneemt. Hierop wordt in de tweede plaats de gedachte dezer school aa.ngaande de Zending «ntv/ikkeld. Er werd gevoeld, hoe de prijsgeving van het absolute karakter van het ChristendO'm de dood voor de Zending moest wezen. Eerlijk wordt clan ook erkend, dat de Zending uit h e t oude geloof veel voor heeft en grooter veroveringskraoht bezit. De missie van het paodeme humaniteits-christendom stuit op allerlei moeilijkheden, die u i t het moderne beginsel zelf voortvloeien. Zelfs moet op h e t relatieve standpunt de vraag o n d e r ' d e oogen worden gezien, of er wel een r e c h t t o t missiedrijven is. Voor het moderne denken teekent zich toch een heel ander beeld af van de volkeren en hun religieuze leven, dan voor h e t verouderd sciniftuurlijk geloof. Van eerst ontvangen licht, daarna van geestelijke duisternis, en nu van een bijzondere openbaring in h e t Christendom, terwijl de volkeren daarbuiten in schuld en verlorenheid liggen, is geen sprake. Derhalve kan er ook geen sprake zijn van barmhartigheid of van noodzakelijkheid. Want niet bekeering, maar slechts een opheffing tot hooger t r a p kan doel zijn. Toch wordt de p l i c h t ' t o t Zending ook in de moderne wereld erkend, op drie gronden, n.l. op gronden, aan het g e l o o f ontleend, dat alleen dien naam waardig is, wanneer het propaganda m a a k t ; aan het eigenbelang ontleend, dat gebaat wordt door aanraking met anderer cultuurleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Jaarboeken | 254 Pagina's