Zes-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 34
XXXIX
•enkele is rechtloos. Mr. Krabbe achtte zich in 1908 geroepen te waarschuwen tegen h e t naleven van den antieken Staat met ziJn -alvermogen, in treffende overeenkomst met wat Groen van Prinsterer voorzegde. Schaffle noemde den Staat het hoofd der Maatschappij. Daarin ligt, dat de Staat voor haar denkt. ' Bruno Schmidt acht den Staat de verwezenlijking van Nietzsche's Uebermensch, voor wien geen gebod van recht of moraal bestaat. Mr. Gort van der Linden leerde, geheel naar het Grieksche ideaal, •dat alle goed a a n de giemeensohapi behoort, en de vrijheid in het stembiljet bestaat. Het algemeen belang geldt bij velen als hoogste richtsnoer. Wat beteekent ©en doiod van alle recht. Zelfs is de wet verheven tot den hoogsten gewetensvorm, aoodat het best aan het geweten voldoet, wie onvoorwaandelijk voor h a a r buigt. Met dit alvermogen poogt de moderne Staat t e heerschen over eene naai' democratisch beginsel ontbonden lieerschappij. J u i s t tegenover den zoogenaamden miodernen Staat, besloot spreker, treedt het bestaansrecht van den Christelijken Staat te helderder aan het licht. J a te recht zeide Stahl, dat er slechts ééne bedenking is tegen den Christelijken Staat, d. i. het Christendom zelf. Weerklonk aan h e t eind der 13e eeuw in Frankrijk : L'état est athée et doit l'être, daartegenover sta het wooird: •de Staat moet Christelijk zijn of ondergaan in socialisme en •democratie. Aan de uitnoodiging om vragen t e stellen of bedenkingen t e opperen, werd niet voldaan, waaama de Voorzitter, Prof. J. Woltjer, onder dankbetuiging aan den spreker de vergadering sloot. Aan h e t einde werd een gemeenschappelijke maaltijd gêhoiuden, die bijzonder druk bezocht was. Als gebruikelflk werden daar met groote geestdrift heildronken uitgebracht o p H. M. •de Koningin allereerst, d a a r n a op Directeuren, Curatoren, Professoren, zoo dat nog menig goed woord géhoord werd. Daarmee eindigden de tweedaagsche samenkomsten onzer Vereeniging; het waren welbestede dagen, waarop' met grooten danJc mag worden teruggezien.
. Amsterdam,
J. H. DE WAAL MALEPIJT, Voorzitter. TYO H. VAN EEGHEN, Secretaris. Mei 1916.
\/'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Jaarboeken | 251 Pagina's