Zeven-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 56
LIY
versiteit, al is zij ook nog niet toe aan waA haar stichter. Dr. Kuyper, in 1872 schreef: ,,De VriJe Universiteit, alle vakken van wetenschap omvattend", naar dit doel toch zeer ernstig streeft. En wel is haai- Medische Faculteit, ook al bezitten wij in Prof. Bouman een psychiater, dien andere Universiteiten ons beneden, nog in wording en moet haar Natuurkundige te worden nog beginnen, haar Thelolog'ische Faculteit telt echter thans twee emeriti, vijf gewone hoogleeraren en één buiteriigewoon hoogleeraar; haar Juridische drie gewone hoogleeraren en haar Literarische drie gewone en één buitengewoon ho.ogleeraair. Bedenkt ïnen daarbij, dat 36 jaar vioor een universiteit nieit. veel meer is dan wat voor een miensoh is de aanvallige kinderleeftijd, dan staat het met da,t ,,ook maar even te bezetten" nog niet zóó heel slecht. Wat nu ide tweede alinea van Prof. Visscher's ai'gument betreft, dan wordt deze, door wat hij er terstond op laat volgen, toch, op zijn zachtst uitgedrukt, min steekhoudend. Wat hq er toch op laat volgen, is de triomfantelijke vraag: „En is het da.n niet onwedersprekelijk, dat op feitelijk geen enkel gebied in al die jaren van haar bestaan, ook maar één zulk leen grondleggtemd werk is uitgegaan?" Naar het zinsverband zou men hier weer denken, zegt spreker, aan de „G-ereformeerde groep", maar de bedoeling is hier niet ondoorzichtig. Afgezien nu nog van de quaestie, of voor het voldoen aan den eisch, die in de tweede alinea gesteld wordt, het doen uitgaan van grondleg'gende werkem het eenig criteriun^ is, komt mij toch — en ik denk maar weer aan wat de ouder© generatie van docenten aan onze Vrije Universiteit in al de jaren van haar bestaan heeft gepubliceerd, — de door Dr. Visscher gestelde vraag, waarop hij geen ontkennend antwoord verwacht, voor als neergeschreven in een oogenblik van zonderling gemis van werkelijkheidszin. Het dunkt mij dan ook onwedersprekelijk, dat, toen Dr. Visscher deze vraag neerschreef, hij' niet heeft gedacht, om maar iets te no-emen, aan Kuyper's „Enoyclopaedie der Heilige Grodgeleerdheid" en diens oratie ,,Calvimsm|e len Kunst", met welke Kuyper tusschen die twee een huwelijk sloot, waarvan h e t zeker niet aan hem is te wijten, dat het reeds op de huwelijksreis totechtscheiding dreigde te komen. Niet gedacht heeft aan Eutgers' studiën op Kerkhi^3torisc,h gebied; aan Fabius' werken op het gebied der Rechtsgeleerdheid; aan Woltjer's, voor diens Encyclopaedic der PhilotLogie^ gnondleggende: ,,Wetenschap van den Logos", en aan Balvinok's „Ërereformeerde Dogmatiek".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Jaarboeken | 284 Pagina's