Zeven-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 51
XLTX
der wetenschap en is het niet minder dan in grondtrek de gaiische cyclus der wetenschap door één grond-idee heheerscilit. Maar ais de auteur op pag. 47 schrijft: „toch is micn er nooit toe gekomen, eene universiteit te stichten op Hegelstohen groindslag'," en dan tot de conclusie k o m t : ,,Voor den invloed der Calvinistische wereldbeschouwing is dus a priori een Vrije Universiteit niet noodig", dan is deze conclusie toch niet onbedenkelijk. Niet onbedenkelijk, zegt spreker, wijl de twee gevallen niet gelijk staan. Hegel, dien men, doelend op de perioide der „Restauratie", welke met den val van Napoleon begint en met dien der Bourbons eindigt, den ,,philosoof der Restauratie" heeft genoemd, iets wat zijn volgelingen minder juist vinden dan walruneer men hem' den ,,Restaurator der philosophie" noenit, — Hegel zag. sedert hij in 1818 professor te Bierlijn was geworden, tot aan ztjn dood, in 1831, als de „Pruisische staatsphilosoöf", iniet alleen de Berlijnsche universiteit, maar, doordat ook aan de andere universiteiten zijn volgers werden benoemd, de Duitsche universiteiten in zijn geest omgezet. Het is dus nogal natuurlijk, dat, toen deze universiteiten op Hegelschen grondslag waren geworden, Hegel en de zijnen zich de -moeite bespaarden van afzonderlijke universiteiten te stichten. A posteriori, of van achteren bezien, echter blijkt, dat voor deze omzetting der Pruisische staatsuniversiteiten in universiteiten o p Hegelschen grondslag, de Pruisische staatsminister Altenstein een beteekenisvolle factor is geweest. Deze staatisma-n, zelf de leer van Hegel toegedaan, bracht den wijsgeer te Berlijn en wist ook de katheders der andere universiteiten met diens volgers te bezetten. Herinneren wij ons nu, zegt spreker, wat zooeven omtrent hel' o n t s t a a n onzer Vrije Universiteit is gezegd, dan blijkt, dat reeds door het verschil in de politieke omstandigheden de twee gevallen niet gelijk staan en dat reeds daarom, w'at in Pruisen niet noiodig was voor den invloed van de Hegelsche, in Nederland wel noodig was voor den invloed der Calvinistische wereldbeschouwing. Ten slotte zij hierbij nog opgemierkt, zegt spreker, dat men, uit een oogpunt van duurzaamheid, met de belichaming in een afzonderlijke universiteit van ©en conceptie der wetenschap. door één grondgedachte beheerscht, bij de wiss'elvalligheid der politieke pmstandigheden, nog niet zoo' kwaad af is. De overheersching toch van het uniyersitair^e leven in Pïuisien door het Hegelianismie heeft niet langer geduurd dan dertig jaren. Wan4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Jaarboeken | 284 Pagina's