Zeven-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 55
LHI
speuren, de oorzaak daarvan eer aan alle andere factoren toeschreven, dan aan het laad. En zoo is dan ook, zegt Prof. G-eesink, de eene grojid, dien Trof. Yisscher voor zijn bewering aanvoert, allerminst een voldoende grond. Maar bezien wij thans den anderen grohd. Die andere grond, wellcen Prof. Visscher voor zijn bewering aanvoert, dat van de Vrijie Universiteit in werkelijkheid geen invloed uitgaat en zij mitsdien g-een beteekenisvoUe factor ig voor de geestelijke ontwikkeling van ons volk, zelfs niet yoor het Grereformeerde deel, is; ,,dat de Gereformeerde groep in al die jaren van haar bestaan niet bij machte is geweest de maainen te leveren, die noodig zijn om eene universiteit ook m a a r even te b'ezetten"; e n : ,,dat voor het bezetten van een universiteit noodig is e,ea vrij groot a a n t a l wetenschappelijke mannen', die het Gereformeerde beginsel zoo diep hebben ingeleefd, dat heel hunne visie op het wereldprooes er door bezield en gedragen w^ordt. Zij' moeten dragers zijn der Gereformeerde wereldbeischouwing en bovendien in staat om deze op het wetenschappelijk onderzoek toe to passen, zoodat de echte ware wetenschap verschijnt in d a t licht". Zooals het hier in de brochure staat, zegt Prof. Geesink, raakt dit alles niet de Vrije Universiteit, maax ;de „Gereformeerde groep". En als wij dan bedenken, dat de „Gereformeerde groep'' te onzent zoo onigeveer 4D0 jaren bestaat, zou ik den auteur van ,,iSi'a. Eer en Staat" willen vragen, of hetgeen hij — met het oog op verleden en heden — en bij dat heden denk' ik ook aan enkele mannen uit de ,,Gereformieerde groep", die in de laatste jaren aan de Rijksuniversiteit te Utrecht doceeren, — hier schrijft omtrent de machteloosheid van de „Gereformeerde groep", „in al die jaren van haar bestaan", niet verre af is van met de werkelijl^heid overeen te stemmen. Maar, zegt spreker, van de zonderlinge wijze, waarop Dr. Visscher hier zijn argumentatie tegen de beteekenis onzer Vrije Universiteit inkleedt, wil ik geen misbruik maken. Alleen diene nog tot zijn naricht, dat men, met uitzondering van de Theologische Eaculteit, aan onze Vrije Universiteit ook benoembaar is, wanneer men niet behoort tot, zooals hij schrijft, „een bepaalde kerk" en waarbij hij dan 'waarschijnlijk de ,,Gerefiortaeeirde Kerken in Nederland" op h e t oog heeft. Wat nu de eerste alinea van het zooeven door mij aangehaalde argument betreft, zij daartegtenover gezegd, dat onze Vrije Uni-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Jaarboeken | 284 Pagina's