Acht-en-dertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 28
XXXII J
op dezelïde wijze wordt waarg'enomen door personen met ver.schillende beginselen, steeds hetzelfde beeld in het bewustzijn van den waarnemer geeft. Analyse leert dan, dat we kunnen onderscheiden: historische feiten of feiten in den tijd, geographische feiten of feiten in de ruimte, en natuurwetenschappelij'ke feiten of verschijnselen, d. w. z. de standvastige verhoudingen tusschen geographisohe feiten. Om tot de feiten te kómen, heeft men in de eerste plaats waar te nemen; evenwel niet daardoor alleen wordt het feit gevonden, want men moet na de waarneming- overdenken, of men in een bepaald geva.l van een feit spreken mag. Verder wordt aangetoond vooreerst,' dat de Oeréïormeerde wetenschap geroepen is t o t onderzoek der feiten, en vervolgens, d a t van een neutrale zone niet in de wetenschap als zoodanig, doch alleen ten, opzichte van het feitenmateriaal kan gesproken worden. Alsnu komt aan de orde de verhouding tusschen beginselen' en feiten. Daarbij komen vooral ter sprake de volgende punten. De beginselen zijn meer dan de feiten, d a t leert èn de Schrift èn de ervaring. Aangewezen wordt, hoe liet daarmee samenhangt, d a t eenheid van beginsel niet altijd leidt t o t eenheid van optreden, ïocli mogen ook de beginselen niet worden overschat, en moet volgehouden, d a t niet door deduoeeren of door a-priorisme, maar door h e t leggen van het goede verband tusschen beginselen en feiten wetenschap wordt geboren. ,Er is nog meer te 'zeggen; onder bepaalde omstandigheden' diet h e t feit tot controle van h e t beginsel, brengt( h e t beginsel nieuwe feiten a a n den dag, en controleert het zijnerzijds de eens gevonden feiten. Het beginsel waardeert h e t feit. Dat blijkt vooral bü de feiten, die de Schrift ons openbaart, van de grootste beteekenis' te zijn. Gehandeld wordt over h e t wonder. Eindelijk, h e t doel van de wetenschap is h e t welsluitend systeem, d a t van beginselen uitgaat, a a n elk feit zgn eigen plaats geeft en ook met het beginsel weer eindigt. De -Voorzitter, Prof. Anema, gaf gelegenheid t o t debat. Als naar gewoonte schitterden de tegenstanders door afwezigheid, wat niet wegnam, d a t er een zakelijk en interessant debat met den inleider plaats had, 'waaraan deelnamen Prof. Geesink, Mr. V. H. Eutgers en Prof. R. H. Woltjer. Ook in dit debat was van principieel verschil met den inleider geen sprake; men wenschte hier en daar een duidelijker formuleering, een nadere aanduiding, die later door Prof. Grosheide gegeven werd. Daarbij bleek, d a t de referent, om des tij ds wille, niet zijn geheele referaat had voorgelezen; de meeste vragen, hem gesteld, vonden h u n antwoord in h e t deel, d a t niet ten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1918
Jaarboeken | 260 Pagina's