Vier-en-veertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 27
XXIX
benoemen en den tweede als plaatsvervangend directeur aan te wijzen. Hef. reglement verbiedt zulk een aanwijzing niet. Dit voorstel wordt aangenomen en daarna tot stemming overgegaan. In de pauze zal het stembureau het resultaat der stemming opmaken en in de middagvergadering de uitslag medegedeeld worden. De vergadering wordt hierna tot 2 uur geschorst. Gezongen werd Ps. 36 : 2, waarna Ds. B o u m a, van Middelburg, in dankgebed voorgaat. De m i d d a g v e r g a d e r i n g . Om 2 uur is „Schuttershof" weer goed bezet. Gezongen wordt Ps. 25 : 4 en 6. De V o o r z i t t e r deelt mede, dat tot directeur gekozen is de heer A. W. F. I d e n b u r g en naar het aangenomen voorstel in de morgenvergadering, tot plaatsvervangend directeur de heer G. W o l z a k H z n., van Haarlem. Tot lid der Commissie van Toezicht op het geldelijk beheer (vac. J. Balhuizen) werd gekozen de heer H. v. d. G r a m p e 1, te Amsterdam. De V o o r z i t t e r spreekt zijn blijdschap uit over de verkiezing van den heer Idenburg en hoopt dat deze in staat zal wezen zijn zoo gewaardeerde krachten aan de vereeniging te schenken. (Applaus). Voorts herinnert spr. er aan, dat de aanwijzing van een plaatsvervangend directeur geschiedt oüi bij ontstentenis of afwezigheid van een directeur diens plaats in te kunnen nemen en bij e.v. ontstaan van een vacature deze tusschentijds te kunnen aanvullen in geval dit noodig geoordeeld wordt. R e f e r a a t P r o f. T. S c h e l v e n . Vervolgens sprak P r o f . Dr. A. A. v a n S c h e l v e n . Zijn voordracht, die tot titel had „Onze Universiteit gepropageerd door oude tegenstanders van hare beginselen", begon met een herinnering aan Vondel's hekeldicht: „Een otter int bolwerck". Daarna hield hij zich bezig met de in dat gedicht genoemde „Academy". Een soort rederijkerskamer was deze, naast „de Egelantier" en dergelijke. Maar ook nog meer dan dat. Ook — hoewel zeer in het klein — een universiteit. En met name een tegenuniversiteit, tegenover de Leidsche. Die Leidsche was destijds — in het eerste kwart der 17de eeuw — Gereformeerd: Deze Amsterdamsche van Samuel Coster wilde Humanistisch zijn: niet bij het licht der Goddelijke Openbaring haar werk doen, doch louter rekenen met de natuurlijke krachten van den mensch. Een aantal factoren, waaruit dat blijken kon, werd door spreker te berde gebracht. En juist daarom zag hij nu ook in die stichting min of meer een voorloopster van de Vrije Universiteit. Ging zij van precies de tegenovergestelde overtuigingen uit wat den inhoud van haar onderwijs betrof, evenzeer als deze laatstgenoemde kwam ze voort uit de bewustheid, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Jaarboeken | 378 Pagina's