Vier-en-veertigste Jaarverslag van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag - pagina 16
xvni Terwijl over het jaar 1922 ƒ 97.614.13 aan contributie werd ontvangen bedroeg dit cijfer over 1923 slechts ƒ 93.730.55. Inplaats van de ƒ 100.000 te overschrijden, zooals met het oog op de stijging van het vorige jaar mocht worden gehoopt, ging het bedrag dus met bijna ƒ 4000.— achteruit. De collecten brachten eveneens minder op. Zij daalden van ƒ 48.221.44" op ƒ 43.133.94=, dus met ruim ƒ 5000.—, terwijl! ook het bedrag der schenkingen belangrijk minder was. In plaats van ƒ 12.579.03 kreeg onze Vereeniging uit die bron slechts ƒ 5329.43. 'In het geheel bedroegen de ontvangsten over 1923 ƒ 179.254.48 tegen ƒ 193.000.35° over 1922. De uitgaven stegen van ƒ 161.268.26" tot ƒ 168.445.62=. Financieel was 1923 voor onze Vereeniging dus geen gunstig jaar. De mindere opbrengst aan contributies en collecten is zeker voor een groot deel toe te schrijven aan het feit, dat de propaganda een tijdlang eigenlijk heeft stilgestaan. Dit had niet het geval behoeven te zijn wanneer de nieuwe organisatie, . die de amanuensis bezig was in elkaar te zetten, haar beslag had kunnen krijgen, vóór hij door ziekte belet werd daaraan zijne krachten te besteden. Want de propaganda zou dan mee door de verschillende locale comité's zijn gevoerd. Het is misschien nuttig omtrent die organisatieplannen in dit verslag een en ander mede te deelen. Zooals bekend is, bestond er aanvankelijk in elke Provincie een Provinciaal Comité, waarvan de leden door Directeuren werden benoemd, met een provinciaal Directeur aan het hoofd. Deze werd bijgestaan door een provinciale Secretaris, eveneens door Directeuren aangewezen. Verder was iedere provincie verdeeld in Correspondentschappen, terwijl ieder Correspondent door het aanstellen van Agenten de afzonderlijke gemeenten of dorpen van zijn ressort trachtte te bewerken. De Correspondentschappen en Agentschappen bestaan nog steeds doch de Provinciale Comité's zijn langzamerhand voor het overgroote deel verdwenen. Intusschen is het tooh wel gewènscht dat er een zekere band tusschen de verschillende Correspondenten van eenzelfde provincie bestaat, omdat locale actie dikwijls alleen doeltreffend kan zijn wanneer eenige Gorrespondentschappen daartoe samen werken. Het is daarom in de laatste jaren het streven geweest om de Gorrespondentschappen tot ringen te vereenigen. Die ringen, in dezelfde provincie kunnen dan ieder een of meer afgevaardigden benoemen voor het Provinciaal Comité. Zulk een Comité kan dan de propaganda voor het geheele gewest in handen nemen en daardoor groot nut stichten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Jaarboeken | 378 Pagina's